SpotprentenHet roken heeft kunstenaars en karikaturisten dikwijls geïnspireerd om uitbeeldingen te maken. Eigenlijk begint dat al met de boerentaferelen uit de zeventiende eeuw. In de achttiende eeuw wordt de pijp een vast attribuut in de spotprenten. De eeste strijd die wordt uitgevochten is het statusverschil dat spreekt uit het roken en het gebruik van snuiftabak. De pijproker verwijt de snuiver dat hij aldoor niest en een loopneus heeft. De snuiver daarentegen verzet zich tegen de zware rookwolken die uit de pijp komen en ridiculiseert de dikwijls absurde vorm van de tabakspijp, zeker wanneer deze extreem lang is. In de negentiende eeuw wordt de tabakspijp sterker een mode-accessoir onlosmakelijk verbonden met bepaalde karakters. Pijprokers worden geleidelijk conventioneel, behoudend en hun rookgerei moet dat onderstrepen. Daar tegenover staat de meer mondaine roker van sigaren, wiens kledij modern maar soms ook wat fatterig is. Het beroemde tijschrift L'Assiette au Beurre gaf in 1909 een speciaal nummer uit, gewijd aan de tabak en het roken. De kaft maakt met een treffende prent de relatie tussen roker en rookgerei duidelijk. Geleidelijk verdwijnen de zelfstandige kunstwerken gewijd aan het tabaksgebruik. De functie van de spotprent wordt overgenomen door de cartoon in het dag- of weekblad. |
![]() |
![]() |
||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||
|
De afbeeldingen op deze pagina bevi |
||||||||||