Folklore

We spreken van folklore wanneer het aspect mode zich heeft omgezet in traditie, het gebruik eerder aan het vervagen is dan aan het opkomen. Voor het roken geldt dat voor alle vormen die ooit gangbaar waren en nu aan het uitsterven zijn. Daartoe behoren de Trachtenpfeifchen, de traditionele pijpjes die bij een klederdracht in Duitsland of Oostenrijk behoren even goed als de lange Gouwenaar, die door jonge lieden niet meer als tabakspijp wordt verkozen.

Het toppunt van de Hollandse folklore is wel het fenomeen bruidegomspijp. Hoewel dit in de Achterhoek het meest algemeen was, zien we de bruidegomspijp ook in andere streken van Nederland. Zo is op Marken bij de traditionele bruiloft nog tot ver in de twintigste eeuw een bruidegomspijp aangeboden. Deze pijp werd op de dag van het huwelijk gerookt en kreeg vervolgens een plaats in de mooie kamer. Alleen op de huwelijksdag werd de pijp opnieuw aangestoken, want zei het volksgeloof, als de pijp breekt dan breekt het huwelijk.

Folklore is ook het in stand houden van gewoonten die vrijwel zijn verdwenen. Zo rookt de Marker boer nog lang uit een kleipijp, omdat de toerist niet alleen wooden shoes maar ook een echte Goudse pijp verwacht. Een gebruik dat niet langer op emotionele maar vooral op commerciële belangen is gestoeld.

Ook in het buitenland herkennen we in de tabakspijp het aspect folklore. De Bretonse kleipijp is zo'n geegven, waaraan een apart hoofdstuk is gewijd. Andere streken hebben ook hun eigen rookgerei. De Belgische en Franse boeren roken het liefst uit een Jacob-pijp, een gezichtpijp met de uitbeelding van de Jacob uit de bijbel.

In Duitsland is de lange pijp met de porseleinen pijpenkop in veel burgerlijke milieus geliefd. De korte Gesteckpfeife met een ketel van hout wordt vooral door landarbeiders en eenvoudige handwerkslieden gerookt. Het is de pijp die het beste past bij de Tiroler outfit.

Ook tegenwoordig vervult de tabakspijp nog een rol in de traditionele uitdossing. Helaas worden met het wegslijten van de gewoontes, steeds vaker verkeerde pijpen gerookt, niet passend bij de rol van de persoon.

man en vrouw in traditionele klederdracht compleet met kenmerkende tabakspijp, waterverf, Bern, Zwitserland, 1800-1830 boerentype uit de omgeving van Zoeterwoude gefotografeerd bij zijn wekelijkse bezoek aan de veemarkt in Leiden, 1900-1910
populaire ansichtkaart met posefoto van een echter Marker bruiloft compleet met bruidegomspijp, 1900-1915
een heuse Indiaan mag de Hollandse vredespijp roken bij een bezoek aan Marken, 1920-1930
het Volendammer milieu waar de korte kleipijp naast de lange gerookt wordt.
studentenportret met kenmerkende Duitse Gesteckpfeife, Duitsland, c,1840.
Hollandse reder met in de linkerhand een lange rechte kleipijp. Frankrijk, c, 1840.
portret van een Oost-Nederlandse roker met de zondagse gesteckpijp, tekening van J. Herout, 1829
kom een pijpke buurten, de een steekt zijn rookgerei bij de ander aan, Marken, 1900-1910
Scheveningse visser met korte kleipijp tussen de tanden, litho, c. 1900 klederdracht uit Marken compleet met de lange Goudse kleipijp, Nederland, 1860-1890.
populaire prentjes van ansichtkaarten uit het begin van de vorige eeuw, Marken, 1900-1910
man met cape en kenmerkende baret, een kleipijp rokende, Baskenland, Frankrijk, 1910-1920 op weg naar de markt met de ouderwetse manden en een lokaal type tabakspijp, Genève, 1910-1920
historiserend poseplaatje van een roker uit Bretagne, 1910-1925
de veelgemaakte fout bij folklore, een steedse uitdossing gecombineerd met een Jacob-pijp typisch voor de boerenstand, Charollais, Frankrijk, 1950-1970
een lange Duitse pijp als onderwerp voor een fantasiekaart van rond de eeuwwisseling
de ultieme folklore van de kleipijp die rond 1920 tot bellenblaaspijp degradeerde, 's-Gravenhage, c. 1910 Tiroler type met zogenaamde Gesteckpfeife met ovale ketel en opgaande steel, ets, Duitsland, 1910-1930

De afbeeldingen op deze pagina bevinden zich in de collectie van het Amsterdam Pipe Museum. © copyright Pijpenkabinet