Portretten van pijprokers

In de zeventiende eeuw heeft het roken van een pijp nog te weinig aanzien om zich ermee te laten portretteren. Daarom beelden de vroegste rokersportretten fantasiefiguren uit en meestal zijn het boeren die met hun tabaksgebruik min op meer voor gek worden gezet.

Het rokersportret waarbij het tabaksgebruik onlosmakelijk met de status van de afgebeelde persoon is verbonden, ontstaat pas tegen het jaar 1700. Dan heeft de pijp een lange steel gekregen en wordt het een artikel waarmee men zich kan presenteren.

Wel blijkt dat het leeuwendeel van de portretten niet de hoogste stand uitbeelden, maar sociaal gezien de middenklasse. Wanneer we de rokersportretten bestuderen zien we dat de tabakspijp overwegend bij burgermanstypen is afgebeeld.

Vooral in de negentiende eeuw wordt de Goudse maatpijp een geliefd artikel bij het portret van een huisvader, een heer met aanzien maar niet van stand.

Een geheel andere verschijning is de dandy met zijn vaak hoogversierde sigarenhouder. Ook van deze personen is het aantal afbeeldingen buitengewoon beperkt.

De fotografie leent zich bij uitstek om karakters en typen vast te leggen. Een uitgebreide groep van prentbriefkaarten laat rokers zien. Hier gaat het veelal om bepaalde typen, karakteristiek voor een bepaalde veschijning. De visser is de meest bekende, onafscheidelijk met zijn korte kleipijp.

Uit het begin van de twintigste eeuw stammen serie plaatjes met landstypen, drachten en kostuums. In deze series is een enkele keer ook een reeks rokers opgenomen. De hierbij afgebeelde kaartjes in lithografische druk zijn uitgegeven in Breda als reclame voor een caramelfabriek. Het is de laatste reeks van portretten van rokers met traditionele pijpen. Niet lang daarna zal de tabakspijp verder internationaliseren en daarmee verdwijnt de kenmerkende streekeigen pijp.

ets van een roker met korte pijp in de hand, op de tafel een papiertje met tabak en een vuurkomfoor, ets, Adriaen van Ostade, 1665-1685 roker zittend aan een tafel zijn pijp aanstekend in een vuurkomfoor, ets, Adraen van Ostade, 1665-1685
karikaturaal portret van een man met korte kleipijp, ingekleurde ets
portret van de zeildoekfabrikant Maarten Bakker met lange pijp en op de tafel een tabakspot, kwispedoor en komfoor, Krommenie, 1830-1840
Zeeuwse boer in dracht compleet met lange pijp, litho, 1840-1880
afbeelding van een man met lange pijp staande in de gang een barometer inspecterend, staalgravure naar August Allebé, 1880-1900
huiselijk tafereel van een man met lange pijp, over zijn kostuum draagt hij een lange kamerjas, litho naar schilderij van Taanman, 1880-1900
modieuze persoon met een sigaar gestoken in een hoornvormige sigarenhouder, Ludwig Löffler, Duitsland, 1840-1860
Zeeuwse boer die zijn korte pijp stopt vanuit een koperen tabaksdoos, Walcheren, 1890-1900
portret van een man met Baskische muts en kleipijp in de Hollandse stijl, Biarritz, 1890-1900 vrouw in traditionele dracht, een gemonteerde manchetpijp tussen de lippen, Pontivy, 1900-1910
portret van een Hollandse pijproker door Jan Vet, Amsterdam, 1896
Abraham Kuyper aan zijn werktafel, Amsterdam, Jan Vet, 1890-1900
portret van een visser met korte kleipijp met vonkenvanger, Volendam, 1900-1915 visser met moderne rechte bruyèrepijp, Knokke, 1900-1920 portret van een visser met korte kleipijp, een zuidwester op het hoofd, Nederland, 1900-1910
portret van een zeeman met houten pijp, Lombardsije, 1920-1940 spotprent voor de vrijmetselarij met man die uit een korte kleipjip rookt, Engeland, 1910-1920
portret van een modieuze man met een gebogen zogenaamde oom Paul tussen de lippen, Schuermans, Nederland, 1916
de Engelse dandy met korte kleipijp, lorgnon en hoge hoed, reclameplaatje Caramelfabriek, Breda, 1910-1920 een pijp met half gekleurde meerschuim kop en plat zilveren klepdeksel, de ketelvorm is van de Hongaarse pijp afgekeken coquet, zelfbewust en modieus met meerschuimen sigarenhouder waarin een sigaar is gestoken
met zijn rechte pijp met dunne steel en expliciete maar kleine ketel maakt deze pijp het silhouet van de Hongaar streng tot bijna aristocratisch
de meerschuim pijp heeft hier een verzwaarde basis en prachtig klepdeksel, dit type pijp was vijftig jaar eerder voor de gegoede burgerij bestemd, reclameplaatje van een Caramelfabriek, Breda, 1910-1920  de kenmerkende s-vormige buiging van de steel aan een houten pijpenkop met een hoog puntig klepdeksel, reclameplaatje Caramelfabriek, Breda, 1910-1920 qua model lijkt de ketel van deze pijp het meest op de pipen uit Venetië, die aan een eenvoudige steel van riet werden gemonteerd hier is de dracht van de man meer kenmerkend dan de tabakspijp die op fantasie lijkt te berusten
de befaamde kiseru met kleine metalen ketel en bamboe steel, reclameplaatje Caramelfabriek, Breda, 1910-1920 kenmerkende Aziatische pijp met een metalen ketel en een houten steel, het mondstuk straalt meestal de status van de roker uit, reclameplaatje Caramelfabriek, Breda, 1910-1920 de boer uit Transvaal afgebeeld met een kleipijp, veel boeren rookten rond het jaar 1900 onder invloed van de Engelsen uit meer modieuze pijpen van bruyèrehout
de Marokkaan met pijp met zware steel, de ketel is van aardewerk, hier met een klepdeksel afgewerkt

De afbeeldingen op deze pagina bevinden zich in de collectie van het Amsterdam Pipe Museum. © copyright Pijpenkabinet