Pijpenmakersgereedschap

Het maken van kleipijpen is een typisch handwerk dat tot 1980 nog in Nederland heeft paatsgevonden. De grondstof voor de kleipijp is witbakkende klei, aangeduid met pijpaarde. Voordat het eigenlijke pijpenmaken kan beginnen moet de klei eerst bewerkt worden, om vervuiling te verwijderen en een mooie homogene massa te krijgen.

De eerste handeling van het eigenlijke pijpenmaken is het rollen van de pijpaarde tot rollen waarin de grondvorm van de pijp al aanwezig is. De man of jongen die dit doet wordt aangeduid met rolder. Nadat de rollen enkele dagen zijn aangedroogd volgt het eigenlijke pijpenmaken, dat gebeurt door de kaster.

Deze stroopt de kleirol op een ijzerdraad, weijer genaamd,en plaatst deze kleirol vervolgens in de persvorm. Nadat de persvorm in een bankschroef is geklemd, wordt de pijpenkop met een stopper uitgehold. Zo ontstaat en gladde, strakke pijp. Met een mesje snijdt de kaster nu de ergste velle aan de vormnaden weg en dan wordt de pijp opnieuw te drogen gelegd.

Wanneer de pijpen enigszins zijn aangedroogd gaan zij naar de zogenaamde vrouwenwinkel waar meisjes en vrouwen de afwerkhandelingen verrichten. Tremsters gaan nu de pijp nu fatsoeneren door de vormnaden verder weg te strijken, de ketelopening mooi af te ronden en ook het makersmerk te stempelen. In hun schoot liggen de drie gereedschapjes: de schenker, de botter en het merkstempeltje.

De beste soort pijpen wordt nog geglaasd. Met agaatsteen wordt de leerdroge klei gladgestreken waardoor deze een fraaie glans krijgt. De vrouwen die dit werk verrichten noemt men glaasters.

Nu is de pijp gereed en kan gebakken worden. Dit gebeurt in een gewone pottenbakkersoven en vaak wordt hiervoor een gewone pottenbakker ingeschakeld. Om de witte kleur van de pijpen te waarborgen worden zij in een pijpenpot verpakt. Dit is een hoge aardewerken pot die in de oven met een deksel wordt afgesloten. Zou dit niet gebeuren dan zouden rook en vliegende as de witte pijpen verkleuren.

Na het bakken zijn de pijpen klaar voor de verkoop. Zij worden op kwaliteit gesorteerd. De beste sooren worden nog gesnold, gedoopt in een oplossing van was en zeepsop en met een doek nagewreven. Vervolgens worden zij in manden of kisten verpakt. Deze verpakkingen worden van een merkvignet voorzien waarop de fabrikant reclame voor zijn merk maakt.

een schol ruwe pijpaarde zoals deze bij de fabriek aankomt, firma Van der Want, Gouda, 1750-1850 de rolder die de grondvorm van de pijp uit een hompje pijpaarde rolt, firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1890
kleizolder waar de brokken ruwe pjipaarde op verwerking liggen te wachten, firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1908
bosjes rollen wachtend om tot pijp te worden geperst, firma P.J. van der Want Azn, Gouda, foto Arno Hammacher, 1963
de grondvorm van de pijp, een massieve rol klei, Koninklijke Goedewaagen, Gouda, 1960-1965
de zogenaamde mannenwinkel waar het rollen en kasten van de pijpen plaatsvindt, firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1908
de kastersschroef waarop een een geopende messing persvorm ligt, Westerwald, Duitsland, 1900-1920
de kaster achter zijn bankschroef verricht het belangrijkste handeling van het pijpenmaken, Koninklijke Goedewaagen, Gouda, 1931
de persvorm van messing met daarin de weijer en de stopper, Gouda, firma P. Goedewaagen & Zoon, 1870-1890
persvorm voor een pijp met ovale pijpenkop, op de ketel in een ovaal een pijpenmaker en een pijpenmaakster, firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1880-1890 persvorm met gegraveerde voorstelling gewijd aan koning Willem III, Gouda, 1874
de rechter helft van de persvorm met het portret van koning Willem III, Gouda, 1874
pervorm uit vier delen voor een zogenaamde Jacob-pijp,  Félix Wingender, Chokier, België, 1870-1900
persvorm in drie delen voor een pijp met Manneken Pis, Maasstreek, Henri Cuvellier, 1870-1880
dezeflde persvorm voor een Jacobpijp maar in gesloten toestand,  Félix Wingender, Chokier, België, 1870-1900
driedelige persvorm voor een portretpijp van een militair, Job Clerc, Saint-Quentin-la-Poterie, Frankrijk, 1900-1920
persvorm met in de ketel een staande zouaaf, Gisclon, Lille, Frankrijk, 1860-1880
tweedelige persvorm voor een mignonette met een vogelklauw, Belle, Serves, Frankrijk, 1880-1900
tweedelige persvorm voor een figurale sigarenpijp met een kabouter rond de steel, Duméril Leurs & Cie, Saint-Omer, 1860-1880
persvorm van ijzer voor een figuurpijp met het borstbeeld van koning George IV, Manchester, Engeland, 1905-1915
ruimers van gehard ijzer om de ruwe gegoten pijpenvorm in model te brengen, firma P. van der Want Gzn., Gouda, 1800-1880
het schenkertje met een haakje om de vormnaden van de steel weg te strijken en een mesje in het handvat om de steel op lengte te maken, firma P.J. van der Want Azn., Gouda, 1880-1920 een groep vormmakersgereedschap waarmee de persvorm van de pijp wordt onderhouden, firma A. Debevere, Kortrijk, België, 1860-1920
de merkhoutjes voor het stempelen van het hielmerk op de Goudse pijpen, firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1880-1900
de zogenaamde botter gebruikt om de pijpenkop af te ronden, bewaard aan een touwtje met een voorbeeld van de pijpenkop erbij, firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1880-1900
enkele agaatstenen waarmee de leerdroge pijpen worden gepolijst, Gouda, 1800-1900
mes om de kroon van de geperste pijp af te snijden, met het puntige handvat wordt de ketelopening afgerond, Westerwald, Duitsland, 1900-1940
het smoeiijzer waarmee de pijp aan de kop en langs de steel wordt gladgestreken, firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1880-1920
de tremster aan het werk, firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1890
agaattang waarmee de pijp sneller kan worden gepolijst, firma A. Debevere, Kortrijk, België, 1880-1920
 de tremster aan het werk, Koninklijke Goedewaagen, Gouda, 1931
de vrouwenwinkel waar de pijpen worden afgewerkt, firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1908
droogbak voor het drogen van lange kleipijpen, België, fimra A. Debevere, Kortrijk, 1900-1930
zogenaamd buigblok op de getremde pijp op te buigen, firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1900-1920
de haspel die als standaard dienst doet in de pijpenpot, firma Van der Want, Gouda, 1800-1850
de volster aan het werk, een vrouw die de lange pijpen in de pijpenpot plaatst, Koninklijke Goedewaagen, Gouda, 1931
de zogenaamde rondoven waarin drie mannen een pijpenpot met lange pijpen hijsen, Koninklijke Goedewaagen, Gouda, 1931 na het bakken worden de pijpen op kwaliteit gesorteerd,  Koninklijke Goedewaagen, Gouda, 1931
stempel met het opschrift Kabalen bedoeld voor de verpakking  van pijpen met een grote kop, Gouda, 1800-1850 drukblok voor productaanduiding op de verpakking met in de rondte grootkoppen, firma P. van der Want Gzn., Gouda, 1880-1900
stempel met het merk WS bestemd voor de verpakking van pijpen, Gouda, 1780-1840
zijkant van bovenstaand stempel, gesneden uit het eindstuk van een persvorm, Gouda, 1800-1850
De objecten op deze pagina bevinden zich in de collectie van het Pijpenkabinet, Amsterdam. © copyright Pijpenkabinet