|
topstukken |
||||||||||
Mythologisch dierDe oervorm van de tabakspijp vertoont niet de bekende pijpenkop met een holle steel eraan, maar heeft een buisvorm. Deze zogenaamde tubular - een Nederlandse vakterm bestaat niet - loopt vanaf het mondstuk wijder uit om aan de andere kant in een soort pijpenkop of ketel te eindigen, waarin de tabak kan worden gestopt. De tubular blijft eeuwenlang een geliefde vorm voor de pijp. Uit Equador zijn verschillende van dergelijke buisvormige pijpen bekend, die op prachtige en originele wijze zijn gefigureerd. Dat gebeurde vooral in de Jama-Coaque cultuur in de streek Manabi. Daarbij lijkt de gedachte om tot een comfortabele gesteelde pijp met rechtopstaande pijpenkop te komen niet relevant. Men richtte zich louter op het versieren van de buisvorm door deze te figureren en dat gebeurde op buitengewoon artistieke wijze. Bij het resultaat overschaduwt de figurale decoratie de pijpvorm volledig. De afgebeelde pijp is daarvan een mooi voorbeeld. De simpele buisvormige pijp is volledig verstopt in een liggend mythologisch dier, de uitbeelding van een wolf of leeuwachtige. De techniek van vervaardigen is opmerkelijk. De grondvorm van de pijp wordt met de hand gemaakt, waarbij de staart van het dier het mondstuk van de pijp is, en de poten aan weerszijden van de steel met de hand zijn geboetseerd. Vervolgens is met een eenvoudig drukstempel een maskerachtige kop aan de bovenzijde aangebracht. Tenslotte zijn details als oorbellen en een tong aangekneed. De uitbeelding is bijzonder getroffen, het dier ligt in een verdedigingshouding en de kop is omgeven door een brede geometrische hoofdtooi. Een driehoekig uitlopende tong en komma-vormige oorbellen vervolmaken de uitbeelding. Kenmerkend voor de buisvormige pijp is uiteraard het feit dat de ketel aan de voorzijde zit en niet achter de kop van het dier, zoals bij de standaard pijp gebruikelijk is. Nadat het product was gebakken zijn details vermoedelijk gepolychromeerd, zodat een kleurig resulstaat werd verkregen. Dergelijke objecten uit de Jama-Coaque cultuur dateren reeds vanaf 550 voor Christus. Dit exemplaar zal uit de vijfde of vierde eeuw stammen. In de collectie van het Pijpenkabinet in Amsterdam bevindt zich een tweede exemplaar, waarvan hier een afbeelding. Ook bij dit voorwerp is sprake van een trechtervormige ketel (tubular) die zich naar het mondstuk verdunt. Opnieuw is de pijp tot een figurale uitbeelding geboetseerd en stelt een zittende vrouwenfiguur voor. Opvallend is haar hoofdtooi met drie opgaande versierselen, schijfvormige oorbellen met een afhangende lijn. Om de hals is een als een stoffen gewaad geruwde decoratie te zien. Haar handen zijn op haar knieën geplaatst. Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 13.513 |
||||||||||
![]() |
||||||||||
![]() |
||||||||||
![]() |
||||||||||
![]() |
||||||||||
![]() |
||||||||||
![]() |
||||||||||
![]() |
||||||||||
|
Pijpenkabinet - nationaal museum met de internationale collectie
© copyright Pijpenkabinet, Amsterdam |
||||||||||