|
beleidstukken |
||||||||
Beleidsplan Stichting Pijpenkabinet
|
||||||||
|
Inleiding Het museum is qua huisvesting geheel op orde en ervaring in het functioneren van het museum in al haar taken is voorhanden, waardoor bestaand beleid geëvalueerd en nieuw beleid gemaakt kan worden. Missie Ook de informatie in de vorm van publicaties en ontsloten archiefbronnen was tot de structurele initiatieven van het Pijpenkabinet uiterst summier en volstrekt onprofessioneel. Het Pijpenkabinet heeft zich ten doel gesteld deze lacune in de Collectie Nederland en in de kennis op dit gebied in te vullen. Thans is het verzamel- en onderzoeksterrein wereldwijd en zonder begrenzing in tijd. De collectie van het Pijpenkabinet is derhalve uniek en vormt geen doublure in de Collectie Nederland. Doelstelling
Om de doelstelling te bereiken en inhoud te geven zijn de activiteiten van de Stichting gericht op:
Positionering In alle gevallen, bij vergelijking in Nederland en daarbuiten, geldt dat het Pijpenkabinet de enige instelling blijkt te zijn die grote waarde hecht aan de consequente documentatie van de objecten. Door deze uitgebreide object-gerelateerde documentatie heeft het Pijpenkabinet niet alleen de status binnen ‘Collectie Nederland’ voor de musea verworven van "collectie met A-status, ijk-waarde", maar vooral die van internationaal erkend en geraadpleegd kenniscentrum. Bereikte resultaten sinds het beleidsplan 2000
Nieuwe Stichting Pijpenkabinet, nieuw bestuur Een ander nieuw lid van het bestuur is Anneroos Meyboom. Behalve fervent pijprookster, is zij als beleidsmedewerker bij het Openbaar Ministerie (Reclassering) iemand met een brede maatschappelijke en sociale visie, die van groot nut kan zij voor de verdere ontwikkeling van het Pijpenkabinet. Als secretaris/pennigmeester is Benedict Goes aangebleven. Zijn jarenlange ervaring en breder ontwikkelde visie in het culturele veld als directeur van de UNESCO-afdeling voor monumentenzorg, is van onmisbare waarde voor het museum. Het huidige bestuur kijkt uit naar aanvullende contacten en capaciteiten die mogelijk door extra bestuursleden ingebracht kunnen worden. Werkterreinen van de Stichting Geregistreerd Museum ? Voor het Pijpenkabinet is dit al lang geen eretitel meer, aangezien in de contacten met collega-musea blijkt dat de normen voor deze erkenning dermate variabel geïnterpreteerd worden dat van een eenduidige kwaliteitsnorm geen sprake is. Al sinds de jaren ’80 voldoet het Pijpenkabinet aan alle aspecten van de definitie van de ICOM-definitie (International Council on Museums), iets waar slechts een zeer beperkt deel van de Nederlandse musea aan kan voldoen. Bij veel van de musea waar het Pijpenkabinet mee heeft samengewerkt beperkt de museale functie zich tot ‘beheren en presenteren’, terwijl de functies ‘verwerven, documenteren en wetenschappelijk onderzoeken’ niet of nauwelijks ontwikkeld zijn. Het Pijpenkabinet mag zich prijzen dat het alle vijf de cruciale taken van het museumwezen al jaren in zich verenigt. Het belang van het verkrijgen van het certificaat ‘geregistreerd museum’ is overigens gelegen in het feit dat partijen buiten het museumveld, zoals overheden en subsidiegevers, geneigd zijn deze kwalificatie als voorwaarde te stellen. Nieuwe beleidslijnen Een daarvan is het openbaar maken van de documentatiebestanden van het Pijpenkabinet via internet. Diverse initiatieven voor digitale verspreiding van cultureel erfgoed zijn al gestart, waaronder de Nationale Referentiecollectie door de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). De proefversie is echter nog een systeem in de kinderschoenen. Gekeken zal worden of inbreng van de feitelijke nationale referentiecollectie voor de pijp nuttig en mogelijk is. Daarnaast zijn vele andere samenwerkingsverbanden denkbaar. Zeker is dat het voor het Pijpenkabinet zinvol is om aansluiting te zoeken bij andere partijen. Juist het feit dat het Pijpenkabinet een multidisciplinaire aanpak vereist, is een goed maar ook moeilijk uitgangspunt om samen te werken met breed georiënteerde partners: kennisbestanden met museale gegevens worden in ons geval gecombineerd met archiefgegevens, archeologische data, genealogische gegevens van makers en vermeldingen in literatuur. Een tweede nieuwe beleidslijn is het zoeken naar mogelijkheden om te participeren in onderwijs. Op kleine schaal kan dat door digitale lessen te ontwikkelen voor het basisonderwijs, waarvoor ‘Dat bewaren we’, het gezamenlijke initiatief van de vier erfgoedkoepels (musea, archeologie, archieven, bibliotheken). Het aanbieden van stageplaatsen voor studenten uit het hoger onderwijs is een andere optie. In het verlengde daarvan kan gedacht worden over part-time onderwijstaken voor de conservator, die zijn bijzondere kennis en ervaring uit kan dragen in diverse specialistische en algemene opleidingen. Ten derde zal een te ontwikkelen beleidslijn bestaan uit het exploreren van nieuwe financieringsvormen voor het Pijpenkabinet. De financiering uit particulieren middelen biedt dan wel een grote mate van onafhankelijkheid, maar is tevens een vrij zwakke basis voor de lange termijn. Voor het museum en haar brede pakket van taken is het van belang de mogelijkheden van nieuwe geldstromen te onderzoeken. Tijdsplanning Het bestuur zal zich vanaf 2007 inzetten voor het exploreren van externe financierings-bronnen. De ontwikkeling van digitale lessen voor het onderwijs is afhankelijk van de duurzaamheid van de website ‘Dat bewaren we’, die thans ter discussie staat. Het bestuur laat zich op de hoogte houden van de toekomstige ontwikkelingen bij de beherende instelling (Stichting Erfgoed Actueel en Stichting voor de Nederlandse Archeolgie). Tot de reguliere bezigheden van de medewerkers van het Pijpenkabinet hoort het bijhouden van de collectieregistratie en documentatie, evenals het werven en ontvangen van bezoekers. Doelgroepen
Collectie De registratiegraad is 100%, er is geen registratie-achterstand. De registratie is niet louter een basisregistratie, maar is uitgewerkt in 32 velden per record en bevat ook verwijzingen naar literatuur en exposities waar het betreffende object is tentoongesteld. Een groot deel van de collectie (ca. 35%) is gepubliceerd, waardoor verwijzingen naar literatuur in die gevallen rechtstreeks verwijzen naar de publicatie waarin dat object is beschreven. De bewaaromstandigheden van de depotcollectie is optimaal: donker, stofvrij, constante temperatuur, constante luchtvochtigheid. In de expositie is veel aandacht besteed aan de passieve conservering (o.a. UV-wering). Sinds begin jaren 1980 hanteert het Pijpenkabinet een strenge richtlijn voor het opnemen van objecten. Alleen voorwerpen die passen binnen de verzameldoelstelling worden opgenomen. De Stichting Pijpenkabinet kent een streng bewaakt afstotingsbeleid, conform de Leidraad voor het afstoten van museale objecten (Museumwijzer 2, NMV, Amsterdam 2000). Ten eerste vindt een ‘selectie aan de poort’ plaats, waardoor geen objecten zijn opgenomen die niet tot de feitelijke verzameldoelstelling behoren. Aangezien de pijp in veel gevallen een seriematig vervaardigd artikel is, is het goed denkbaar dat van hetzelfde model een beter exemplaar kan worden verworven. In dergelijk geval wordt het mindere afgevoerd. Hoewel het Pijpenkabinet terughoudend is in overdracht naar andere Nederlandse musea, omdat daarmee een duplicaat in Collectie Nederland wordt gecreëerd, worden musea met een relevante verzameldoelstelling in de gelegenheid gesteld hun belangstelling voor af te stoten voorwerpen kenbaar te maken. Wanneer het betreffende museum aannemelijk kan maken dat het voorwerp een nuttige aanvulling vormt op de museumcollectie zal het Pijpenkabinet het verzoek tot overname ruimhartig honoreren. Het Pijpenkabinet verricht al jaren intensief onderzoek aan de hand van de collectie, documentatie en archiefbronnen. De publicatielijst van de conservator getuigt daarvan. Een belangrijk deel van de collecties is inmiddels gepubliceerd. Via internationale netwerken staat dit onderzoek in relatie tot samenhangende activiteiten elders in de wereld. Dit blijkt uit de referenties die door derden gemaakt worden naar de publicaties van het Pijpenkabinet. Plan 2006-2010 Onderdelen kunnen ook gedurende deze jaren nader worden uitgewerkt tot een specifiek beleidsplan. Met het opstellen van een separaat digitaliseringsplan is reeds een aanvang genomen. Dit specifieke project zal geheel in lijn met het beleidsplan worden uitgewerkt. Amsterdam, 8 mei 2006 |
||||||||
|
Pijpenkabinet - nationaal museum met de internationale collectie
© copyright Pijpenkabinet, Amsterdam |
||||||||