beleidstukken
verkorte versie

Beleidsplan Stichting Pijpenkabinet

Amsterdam, mei 2006

Inleiding
Dit beleidsplan is opgesteld tien jaar na de verhuizing van het museum van Leiden naar Amsterdam (1995) en vijf jaar na het beleidsplan van december 2000 waarin een tussentijdse evaluatie van de herhuisvesting werd gegeven. Herziening van de statuten van de Stichting geven aanleiding om het beleidsplan te hernieuwen.

Het museum is qua huisvesting geheel op orde en ervaring in het functioneren van het museum in al haar taken is voorhanden, waardoor bestaand beleid geëvalueerd en nieuw beleid gemaakt kan worden.

Missie
Het Pijpenkabinet, met haar collecties pijpen en documentatie, is ontstaan vanuit het besef dat in Nederland geen systematisch verzamelbeleid bestaat voor de materiële cultuur van het pijproken en het ambacht van het pijpenmaken. Sterker nog, binnen de Nederlandse museumwereld manifesteert zich de laatste jaren steeds sterker de neiging om collecties ‘op te schonen’, collectieonderdelen af te stoten of zelfs hele musea te sluiten. Aangezien er nauwelijks musea zijn met een verzamelbeleid op ons gebied, maken voorwerpen gerelateerd aan het tabaksgebruik regelmatig deel uit van af te stoten museale collecties. De sluiting en uitverkoop van het bedrijfsmuseum van Douwe Egberts te Utrecht in 2003 was een droef hoogtepunt in deze tendens.

Ook de informatie in de vorm van publicaties en ontsloten archiefbronnen was tot de structurele initiatieven van het Pijpenkabinet uiterst summier en volstrekt onprofessioneel. Het Pijpenkabinet heeft zich ten doel gesteld deze lacune in de Collectie Nederland en in de kennis op dit gebied in te vullen. Thans is het verzamel- en onderzoeksterrein wereldwijd en zonder begrenzing in tijd.

De collectie van het Pijpenkabinet is derhalve uniek en vormt geen doublure in de Collectie Nederland.

Doelstelling
Het Pijpenkabinet stelt zich ten doel een gespecialiseerd kenniscentrum te zijn op het gebied van de historie van het pijproken, het tabaksgebruik en de pijpenproductie, met de nadruk op de materiële cultuur van deze drie aspecten. De positie van internationaal kenniscentrum en vraagbaak komt voort uit de synergie van de drie fundamentele onderdelen van het museum:

  • de collectie pijpen en direct daaraan gerelateerde objecten
  • de internationaal georiënteerde vakbibliotheek
  • de documentatie- en gegevensbestanden

Om de doelstelling te bereiken en inhoud te geven zijn de activiteiten van de Stichting gericht op:

  • het in stand houden van een permanente behuizing
  • het duurzaam in stand houden van het documentatiecentrum, bestaande uit de verzamelde kennis, boeken, documentatie, elektronische bestanden, enzovoorts
  • het onderhouden van contact met vakgenoten en verzamelaars binnen het thema, wereldwijd
  • het openstellen van het museum voor het publiek
  • het stimuleren dat onderzoek wordt verricht, zowel aan de hand van schriftelijke bronnen als realia, binnen en buiten de collectie, en het publiceren daarvan
  • het ondernemen van commerciële activiteiten die (publicitair en financieel) ondersteunend zijn voor het museum; hieronder wordt o.a. begrepen het drijven van de museumwinkel onder de naam Smokiana

Positionering
Het Pijpenkabinet neemt een unieke plaats in binnen de Collectie Nederland, door het langdurig volgen van een gericht, specialistisch verzamelbeleid. De aandacht voor de archeologische en historische (pijp-)rookcultuur bestaat in Nederland bij geen enkele andere instelling (musea, bibliotheek, archeologisch instituut). Dit geldt eveneens op Europees niveau.

In alle gevallen, bij vergelijking in Nederland en daarbuiten, geldt dat het Pijpenkabinet de enige instelling blijkt te zijn die grote waarde hecht aan de consequente documentatie van de objecten. Door deze uitgebreide object-gerelateerde documentatie heeft het Pijpenkabinet niet alleen de status binnen ‘Collectie Nederland’ voor de musea verworven van "collectie met A-status, ijk-waarde", maar vooral die van internationaal erkend en geraadpleegd kenniscentrum.

Bereikte resultaten sinds het beleidsplan 2000
In het Beleidsplan 2000 was een aantal taken benoemd die voor de daaropvolgende jaren verwezenlijkt zouden moeten worden. Voordat nieuwe plannen worden benoemd, is het goed de bereikte resultaten te tonen.

  • schoonmaak depotcollectie en controle collectie-inventaris [voltooid]
  • inrichting bibliotheek en documentatiecentrum [structureel herstel en inrichting van de ruimte is voltooid]
  • plaatsing van een nieuwe trap [voltooid]
  • toilet [voltooid]
  • publiciteit [doorlopende taak, vermelding in internationale reisgidsen bereikt, folders in Nederlands, Engels, Frans en Duits gerealiseerd, benadering van specifieke doelgroepen (verzamelaars incl. amateur-archeologen, historici, vakgenoten en pijprokers) is en wordt ter hand genomen]
  • het voorbereiden van publicaties [met succes aan gewerkt (zie lijst van publicaties)]
  • het maken van een website [voltooid en intussen recentelijk weer vernieuwd en uitgebreid]

Nieuwe Stichting Pijpenkabinet, nieuw bestuur
Met het vaststellen van nieuwe statuten van de Stichting hebben zich een aantal belangrijke wijzigingen voorgedaan. Ten eerste is de oprichter Don Duco teruggetreden uit het bestuur. Als conservator is hij nog altijd de drijvende kracht achter het Pijpenkabinet, de drager van de ultieme expertise op het vakgebied, de continue factor in het bijhouden van alle documentaire bestanden en de collectie. Anderzijds was het noodzakelijk om de Stichting met het oog op de nieuwe taken, onafhankelijker van de stichter te positioneren. Als nieuwe voorzitter is aangetreden dr. Frans Brouwer, directeur van het Combattimento Consort. Opgeleid in de theologie, filosofie en muziek heeft hij ruimschoots zijn sporen verdiend in het bedrijfsmatig leiden van muziek- en andere gezelschappen. Hij is van harte bereid zijn kennis van het bedrijfsleven, mogelijkheden voor subsidiëring en sponsoring ten behoeven van het Pijpenkabinet in te brengen.

Een ander nieuw lid van het bestuur is Anneroos Meyboom. Behalve fervent pijprookster, is zij als beleidsmedewerker bij het Openbaar Ministerie (Reclassering) iemand met een brede maatschappelijke en sociale visie, die van groot nut kan zij voor de verdere ontwikkeling van het Pijpenkabinet.

Als secretaris/pennigmeester is Benedict Goes aangebleven. Zijn jarenlange ervaring en breder ontwikkelde visie in het culturele veld als directeur van de UNESCO-afdeling voor monumentenzorg, is van onmisbare waarde voor het museum.

Het huidige bestuur kijkt uit naar aanvullende contacten en capaciteiten die mogelijk door extra bestuursleden ingebracht kunnen worden.

Werkterreinen van de Stichting
Met de vernieuwde statuten is de opdracht van het bestuur ook iets gewijzigd. De doelstelling van het museum is ongewijzigd, de taak van het bestuur bestaat erin de onderliggende structuur van het museum te waarborgen, niet zozeer het werk aan en met de collectie zelf. De stichting zorgt voor het beheer, de openstelling en openbaarmaking. Door een heldere scheiding van taken, zal het duidelijker zijn onder wiens verantwoordelijkheid iets gebeurt.

Geregistreerd Museum ?
Reeds in februari 2003 heeft de stichting het Pijpenkabinet aangemeld bij het Nederlands Museumregister. Via de indirecte contacten van een slepende correspondentie werd op 27 december, vier dagen voor het verlopen van de uiterste termijn, het definitieve aanvraagformulier met de benodigde bijlagen ingediend. Al diverse malen is door de begeleidende medewerker toegezegd dat alle vereiste documenten ontvangen waren, even zovaak is vervolgens wederom gevraagd om aanvullende documentatie. Gehoopt mag worden dat in de loop van 2006 de commissie tot een eindoordeel komt en het Pijpenkabinet de erkenning als ‘geregistreerd museum’ verleent.

Voor het Pijpenkabinet is dit al lang geen eretitel meer, aangezien in de contacten met collega-musea blijkt dat de normen voor deze erkenning dermate variabel geïnterpreteerd worden dat van een eenduidige kwaliteitsnorm geen sprake is. Al sinds de jaren ’80 voldoet het Pijpenkabinet aan alle aspecten van de definitie van de ICOM-definitie (International Council on Museums), iets waar slechts een zeer beperkt deel van de Nederlandse musea aan kan voldoen. Bij veel van de musea waar het Pijpenkabinet mee heeft samengewerkt beperkt de museale functie zich tot ‘beheren en presenteren’, terwijl de functies ‘verwerven, documenteren en wetenschappelijk onderzoeken’ niet of nauwelijks ontwikkeld zijn. Het Pijpenkabinet mag zich prijzen dat het alle vijf de cruciale taken van het museumwezen al jaren in zich verenigt.

Het belang van het verkrijgen van het certificaat ‘geregistreerd museum’ is overigens gelegen in het feit dat partijen buiten het museumveld, zoals overheden en subsidiegevers, geneigd zijn deze kwalificatie als voorwaarde te stellen.

Nieuwe beleidslijnen
Het Pijpenkabinet heeft zich altijd sterk gemaakt voor het bijeenbrengen en vastleggen van kennis en documentatie over en rond de collectie. Daarnaast is kennisoverdracht steeds een belangrijk streven geweest. De beste vorm daarvoor is gebleken het publiceren van de expertise en op die manier een lezerspubliek bereiken dat ver buiten de beperkingen van het aantal museumbezoekers ligt. Nu op één na de belangrijkste publicatiedoelen gehaald zijn – alleen de herziene versie en Engelstalige uitgaven van het Handboek voor het determineren en dateren van de Nederlandse kleipijp staat nog op het wensenlijstje – kunnen nieuwe mogelijkheden geëxploreerd worden.

Een daarvan is het openbaar maken van de documentatiebestanden van het Pijpenkabinet via internet. Diverse initiatieven voor digitale verspreiding van cultureel erfgoed zijn al gestart, waaronder de Nationale Referentiecollectie door de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). De proefversie is echter nog een systeem in de kinderschoenen. Gekeken zal worden of inbreng van de feitelijke nationale referentiecollectie voor de pijp nuttig en mogelijk is. Daarnaast zijn vele andere samenwerkingsverbanden denkbaar. Zeker is dat het voor het Pijpenkabinet zinvol is om aansluiting te zoeken bij andere partijen. Juist het feit dat het Pijpenkabinet een multidisciplinaire aanpak vereist, is een goed – maar ook moeilijk – uitgangspunt om samen te werken met breed georiënteerde partners: kennisbestanden met museale gegevens worden in ons geval gecombineerd met archiefgegevens, archeologische data, genealogische gegevens van makers en vermeldingen in literatuur.

Een tweede nieuwe beleidslijn is het zoeken naar mogelijkheden om te participeren in onderwijs. Op kleine schaal kan dat door digitale lessen te ontwikkelen voor het basisonderwijs, waarvoor ‘Dat bewaren we’, het gezamenlijke initiatief van de vier erfgoedkoepels (musea, archeologie, archieven, bibliotheken).

Het aanbieden van stageplaatsen voor studenten uit het hoger onderwijs is een andere optie. In het verlengde daarvan kan gedacht worden over part-time onderwijstaken voor de conservator, die zijn bijzondere kennis en ervaring uit kan dragen in diverse specialistische en algemene opleidingen.

Ten derde zal een te ontwikkelen beleidslijn bestaan uit het exploreren van nieuwe financieringsvormen voor het Pijpenkabinet. De financiering uit particulieren middelen biedt dan wel een grote mate van onafhankelijkheid, maar is tevens een vrij zwakke basis voor de lange termijn. Voor het museum en haar brede pakket van taken is het van belang de mogelijkheden van nieuwe geldstromen te onderzoeken.

Tijdsplanning
In 2006 wordt een informatiserings- en digitaliseringsplan opgesteld dat de basis zal vormen voor het openbaar maken van documentatiebestanden van het Pijpenkabinet. Het plan zal de technische, financiële en beleidsmatige aspecten inventariseren en de benodigde partners daarbij zoeken. De uitvoering is voorzien in de jaren 2007 tot en met 2010.

Het bestuur zal zich vanaf 2007 inzetten voor het exploreren van externe financierings-bronnen.

De ontwikkeling van digitale lessen voor het onderwijs is afhankelijk van de duurzaamheid van de website ‘Dat bewaren we’, die thans ter discussie staat. Het bestuur laat zich op de hoogte houden van de toekomstige ontwikkelingen bij de beherende instelling (Stichting Erfgoed Actueel en Stichting voor de Nederlandse Archeolgie).

Tot de reguliere bezigheden van de medewerkers van het Pijpenkabinet hoort het bijhouden van de collectieregistratie en documentatie, evenals het werven en ontvangen van bezoekers.

Doelgroepen
De bestaande doelgroepen:

  • cultuurtoeristen uit binnen- en buitenland;
  • historische- / archeologische verenigingen uit heel Nederland;
  • collega’s uit de museale en archeologische vakwereld met name voor gericht advies;
  • op grond van bovenstaande beleidslijnen kan de doelgroep van het Pijpenkabinet verder worden uitgebreid met:
  • de jeugdige geïnteresseerden te bereiken via door het onderwijs gebruikte websites;
  • (professionele en amateur) onderzoekers die via de gegevensbestanden van het Pijpenkabinet op internet informatie zoeken, ondersteund door de publicaties van het museum.

Collectie
Voor de collectiebeschrijving wordt verwezen naar het Collectieplan december 2002. De daarin opgenomen beschrijving is nog altijd van toepassing, kleine aanpassingen in de aantallen voorwerpen zijn niet relevant voor de samenstelling van de collectie. De meest actuele gegevens over de collectie-omvang worden op de website van het Pijpenkabinet gepubliceerd.

De registratiegraad is 100%, er is geen registratie-achterstand. De registratie is niet louter een basisregistratie, maar is uitgewerkt in 32 velden per record en bevat ook verwijzingen naar literatuur en exposities waar het betreffende object is tentoongesteld. Een groot deel van de collectie (ca. 35%) is gepubliceerd, waardoor verwijzingen naar literatuur in die gevallen rechtstreeks verwijzen naar de publicatie waarin dat object is beschreven.

De bewaaromstandigheden van de depotcollectie is optimaal: donker, stofvrij, constante temperatuur, constante luchtvochtigheid. In de expositie is veel aandacht besteed aan de passieve conservering (o.a. UV-wering).

Sinds begin jaren 1980 hanteert het Pijpenkabinet een strenge richtlijn voor het opnemen van objecten. Alleen voorwerpen die passen binnen de verzameldoelstelling worden opgenomen.

De Stichting Pijpenkabinet kent een streng bewaakt afstotingsbeleid, conform de Leidraad voor het afstoten van museale objecten (Museumwijzer 2, NMV, Amsterdam 2000). Ten eerste vindt een ‘selectie aan de poort’ plaats, waardoor geen objecten zijn opgenomen die niet tot de feitelijke verzameldoelstelling behoren. Aangezien de pijp in veel gevallen een seriematig vervaardigd artikel is, is het goed denkbaar dat van hetzelfde model een beter exemplaar kan worden verworven. In dergelijk geval wordt het mindere afgevoerd.

Hoewel het Pijpenkabinet terughoudend is in overdracht naar andere Nederlandse musea, omdat daarmee een duplicaat in Collectie Nederland wordt gecreëerd, worden musea met een relevante verzameldoelstelling in de gelegenheid gesteld hun belangstelling voor af te stoten voorwerpen kenbaar te maken. Wanneer het betreffende museum aannemelijk kan maken dat het voorwerp een nuttige aanvulling vormt op de museumcollectie zal het Pijpenkabinet het verzoek tot overname ruimhartig honoreren.

Het Pijpenkabinet verricht al jaren intensief onderzoek aan de hand van de collectie, documentatie en archiefbronnen. De publicatielijst van de conservator getuigt daarvan. Een belangrijk deel van de collecties is inmiddels gepubliceerd. Via internationale netwerken staat dit onderzoek in relatie tot samenhangende activiteiten elders in de wereld. Dit blijkt uit de referenties die door derden gemaakt worden naar de publicaties van het Pijpenkabinet.

Plan 2006-2010
Per januari 2006 is een nieuw bestuur van de Stichting Pijpenkabinet aangetreden. Direct is een aanvang genomen met het opstellen van een beleidsplan. Dit beleidsplan is voor de periode 2006-2010 richtinggevend voor het te voeren beleid.

Onderdelen kunnen ook gedurende deze jaren nader worden uitgewerkt tot een specifiek beleidsplan. Met het opstellen van een separaat digitaliseringsplan is reeds een aanvang genomen. Dit specifieke project zal geheel in lijn met het beleidsplan worden uitgewerkt.

Amsterdam, 8 mei 2006

Pijpenkabinet - nationaal museum met de internationale collectie
© copyright Pijpenkabinet, Amsterdam