Informatie- & digitaliseringsplanStichting Pijpenkabinet, Amsterdam, augustus 2007- van verzameling naar referentiecollectie - |
||||||||
|
beleidstukken |
||||||||
|
1. Inleiding 1.1. Aanleiding Een secundaire aanleiding is het feit dat een instelling met een nationaal bereik, de RACM (voorheen ROB), grote belangstelling heeft getoond voor het Pijpenkabinet, niet alleen omwille van de hoge kwaliteit van de verzamelingen en de documentatie, maar ook vanuit het inzicht dat deze collectie als voorbeeld van een nationale referentiecollectie kan fungeren; iets dat het Pijpenkabinet op zijn gebied in de praktijk reeds doet. De collecties van het Pijpenkabinet zijn van hoge kwaliteit. Dat geldt voor zowel de objecten, als de informatie die rond deze objecten en hun context van ontstaan en gebruik is verzameld. In het bijzonder geldt dit voor het kennisbestand dat in de loop van de jaren omtrent dit materieel cultureel erfgoed van de zo algemeen verbreide rookcultuur is bijeengebracht. De gedurende een periode van meer dan 30 jaar zorgvuldig opgebouwde informatiebronnen maken het museum tot hét kenniscentrum bij uitstek van de pijpennijverheid en de cultuur van het roken in Nederland en daarbuiten. Het overzicht van die informatiebronnen, hun volledigheid en hun onderlinge samenhang blijven op dit moment echter voor zowel het brede, als het meer professionele publiek verborgen. Daarnaast behoort veel van de aanwezige kennis nu nog tot de categorie tacit knowledge, omdat deze nog niet op schrift is gesteld. Ook om dit probleem methodisch en goed onderbouwd aan te pakken is een informatiebeleidsplan noodzakelijk. De informatievoorziening zal zoveel mogelijk gebruikt maken van de kracht van het web, van open standaarden en bestaande, voor ons doel geoptimaliseerde instrumenten. Het doel is de breedte en rijkdom van de aanwezige kennis- en informatiebronnen optimaal toegankelijk te maken. Samenhangende ontsluiting van de objecten in de context van de ondersteunende achtergrondkennis wordt het kerndoel van het nieuwe informatiebeleid. Het moet voor de toekomstige (digitale) bezoeker mogelijk zijn via een logische en eenvoudige weg een betekenisvol informatiepakket uit verschillende bronnen samen te stellen. De collectie en de daaromheen opgebouwde kennis en documentatie worden in één kwaliteitsslag via het web aangeboden en op deze wijze beter ontsloten. Daarbij wordt gestreefd naar samenwerking met andere partijen. Het aanbieden van informatie in samenhang met andere erfgoedinstellingen en eventueel rijksdiensten, waardoor het museum een bijdrage levert aan de digitale collectie Nederland en het tot stand komen van een landelijke infrastructuur, past goed in de visie van de Stichting Pijpenkabinet op informatievoorziening. Dit informatieplan biedt richting aan het informatiebeleid van de Stichting Pijpenkabinet en kon tot stand komen dankzij de financiële steun van het Ministerie van OCW en het VSBfonds. Het is geschreven door de museumstaf, Don Duco en Benedict Goes, met ondersteuning van Eelco Bruinsma als extern adviseur. (…) 2. Pijpenkabinet 2.1. Missie en visie Het Pijpenkabinet ontwikkelt nu een visie op de rol die het voor een maximaal breed publiek wil spelen. Met behulp van digitale vormen van kennisoverdracht kan deze rol veel uitgebreider vorm krijgen dan totnogtoe mogelijk was. Dit informatieplan is een stap in die horizonverbredende ontwikkeling. 2.2. Positie 2.2.1. Unieke combinatie van collectie, informatie en documentatie Het Pijpenkabinet legt als enige museum in West Europa systematisch een collectie rookpijpen aan en verzamelt kennis over dit onderwerp, daarin ligt een belangrijk deel van de legitimatie als zelfstandig museum. Door vooral de nadruk te leggen op het verwerven en verspreiden van kennis, waarbij de collectie zelf als onmisbare bron wordt beschouwd, heeft het Pijpenkabinet zich een unieke positie verworven als vraagbaak met mondiale reikwijdte op dit specifieke terrein. In het licht van de Collectie Nederland heeft het Pijpenkabinet een waardevolle collectie opgebouwd met een in zijn soort unieke referentiewaarde. In 1993 is de collectie van de Stichting Pijpenkabinet door het Ministerie van OCW bestempeld tot collectie met een A-status ijkwaarde. Dit geldt a fortiori voor de onderdelen betreffende de Nederlandse archeologie en naadloos daarop aansluitende Nederlandse historische pijpen (geïntegreerde referentiecollecties pijpen en archiefgegevens). Deze positie wil het Pijpenkabinet nu verder uitbouwen in de context van de digitale Collectie Nederland. Door de collectie en de daaromheen beschikbare documentatie als referentiecollectie digitaal aan te bieden komt in Nederland een afgebakende collectie zeer toegankelijk erfgoed digitaal beschikbaar. Tevens wordt zo ook een digitaal instrument voor het determineren van archeologische vondsten en historische voorwerpen aangeboden. Hiertoe moet echter wel een presentatiemethodologie ontwikkeld worden. Een dergelijke methodologie bestaat nog niet. 2.2.2. Vergelijking met andere collecties in binnen- en buitenland Nederland Groningen, Niemeyer Tabaksmuseum een zorgvuldig aangelegde verzameling fraaie tabacologische voorwerpen, waaronder pijpen, met de nadruk op in Nederland gebruikt materiaal. Door een bevlogen conservator is in de jaren 1990 een esthetische museuminrichting van kwalitatief hoogwaardige objecten gerealiseerd. De depotcollectie is bescheiden. De objecten zijn niet geregistreerd en gedocumenteerd. Voor expertise wordt regelmatig een beroep gedaan op de staf van het Pijpenkabinet. De meest recente publicatie is een boekje met 60 collectiestukken uit 1988. Kampen, Kamper Tabaksmuseum collectie machines voor het kerven van tabak en maken van sigaren. De bescheiden expositie van pijpen en curiosa bestaat overwegend uit bruiklenen. Er wordt geen onderzoek gedaan of gepubliceerd. Amerongen, Tabaksmuseum authentieke tabaksschuur ingericht met een expositie over de teelt van tabak. Het museum is meer historisch dan objectgericht. Er wordt geen onderzoek gedaan of gepubliceerd. Utrecht, Douwe Egberts Pijpenkamer dit bedrijfsmuseum is in 2003 opgeheven. De collectie is deels verspreid over enkele van de bovenstaande musea, deels geveild, deels aan opkopers verkocht. Joure, Douwe Egberts Huis een negentiende-eeuwse tabakswinkel, aangevuld met enkele pijpen uit de voormalige collectie van Douwe Egberts uit Utrecht. Er is geen basisregistratie en er wordt geen onderzoek gedaan of gepubliceerd. Europa Parijs (F), Musée de la SEITA een tooncollectie die tot 2000 permanent was opgesteld in de ontvangsthal van het hoofdkantoor van de SEITA (Franse tabaksregie). De collectie is thans opgeslagen in afwachting van nader gebruik of afstoting. Vresse (B), Musée du Tabac et de la Folklore dit museum is in 2001 uitgebrand. Bristol (UK), Wills Collection een belangrijke verzameling pijpen en toebehoren, aangelegd tussen 1900 en 1950 als bedrijfscollectie van tabaksfabrikant W.D. Wills & Co. In mei 2002 is de totale collectie ter veiling gebracht. Londen (UK), Dunhill Collection een belangrijke volkenkundige collectie pijpen, vanaf 1910 door Alfred Dunhill bijeengebracht dankzij zijn wereldwijde contacten. Vanaf 1999 voor publiek gesloten. In 2004 is de collectie onder wereldwijde publiciteit geveild. Wenen (Ös), Austria Tabak Museum deze omvangrijke tabakscollectie met accent op de pijp, is opgezet vanaf de jaren 1870 en actief uitgebreid tot 2000. Na privatisering van de Oostenrijkse tabaksregie is tweederde van de collectie in 2002 geveild. Het restant is twee jaar later in beheer overgedragen aan Schloss Schönbrunn. Hamburg (D), Tabaksammlung Reemtsma een collectie tabacologie met belangrijke bibliotheek ondergebracht in de voormalige directeurswoning van deze grote tabakshandelaar. De bibliotheek is geveild; de collectie is in 2005 overgedragen aan Museum für die Arbeit in Bremen. Lokale musea met aandacht voor de teelt en verwerking van tabak hebben doorgaans enkele vitrines met pijpen ter illustratie. Deze musea bestaan in België (Wervik, Harelbeke, Geraardsbergen, Andenne), Duitsland (Bünde, Hussem, Ruhla), Zweden (Stokkebye). Particuliere musea, waarvan gezien de ervaringen het voortbestaan onzeker is, zijn bekend in Zwitserland (coll. Schmiedt, Lausanne) en Italië (coll. Paronelli) . 2.2. Kerntaken Publiceren is voor het Pijpenkabinet de meest effectieve manier van informatieoverdracht en verspreiding van kennis gebleken (zie lijst van publicaties op www.pijpenkabinet.nl, museum § 19). Het nieuwe informatie-beleid voegt daar de mogelijkheden van het Web aan toe. Hierdoor zal naar verwachting ook de mate van interactie met afnemers van informatie toenemen. In de permanente opstelling streeft het Pijpenkabinet naar een laagdrempelige, esthetische presentatie van de collectie voor doeleinden van educatie en genoegen, maar onderzoek en het produceren van wetenschappelijke en cultuurhistorische publicaties blijven kernactiviteiten. De algemene antipathie voor het onderwerp roken, vanzelfsprekend ontstaan door het groeiende inzicht in de schadelijkheid, maakt dat veel museale collecties over dit onderwerp al zijn geliquideerd. Het Pijpenkabinet onderkent daardoor des te sterker de noodzaak en plicht om de materiële cultuur van het pijproken te bewaren en stelt zich ten doel dit deel van het culturele erfgoed voor de toekomst veilig te stellen. 2.3. Omvang staf 2.4. Expertise
2.5. Doelgroepen De met het nieuwe publieks- en informatiebeleid beoogde doelgroep is veel breder. In principe moet iedereen, van schooljeugd tot professional, iets van zijn gading kunnen vinden in het aanbod van het Pijpenkabinet. Dat het web bij het bereiken van die brede doelgroep een centrale rol speelt is vanzelfsprekend. De breedte van de doelgroep kan worden afgeleid van de vragen die nu al door bezoekers worden gesteld, of die via e-mail binnenkomen. (…) 3. Visie op informatievoorziening 3.1. Beleid
Deze drie punten zijn samen te vatten als het ontsluiten van de collectie in zijn volle breedte en diepte. Daarbij zou bijzondere aandacht moeten uitgaan naar de waarde van de collectie als referentiecollectie. 3.2. Communicatiebeleid 3.3. Onderzoek De kwaliteit van de collectie en de verzamelde kennis en informatie zijn gebaseerd op het ononderbroken uitoefenen van een gericht verzamelbeleid en het verrichten van onderzoek. Onderzoek is daarom een centraal onderdeel van het museale beleid. Een vernieuwde informatie-infrastructuur zal het onderzoek dus optimaal moeten ondersteunen. (…) Vooral de samenhang tussen de objecten enerzijds en de archivalische- en historische bronnen en de overige documentatie anderzijds is essentieel. Om die samenhang te garanderen moet er een systeem worden ontwikkeld, waarin de collectie in relatie tot de andere kennis- en informatiebronnen kan worden vastgelegd om daaraan vervolgens deze tacit knowledge toe te voegen. Hiertoe wordt een Content Management Systeem ontworpen, gebaseerd op open standaarden, gekoppeld via algemeen geldende, maar voor dit specifieke domein verfijnde en verrijkte metadata. Zo zal de toekomstige datavastlegging en het onderzoek direct bijdragen tot de inhoudelijke verrijking van de collectie, terwijl ook de weg om thematische publicaties in artikel- of boekvorm te produceren open blijft en zelfs wordt vergemakkelijkt, omdat de samenhang al aangebracht is. Voor andere onderzoekers en verzamelaars heeft deze aanpak het voordeel dat zij altijd over de meest recente stand van kennis beschikken. 4. Informatievoorziening 4.1. Huidige informatievoorziening De informatiebestanden van het Pijpenkabinet zijn gevarieerd van structuur en inhoud. Het gaat om databasebestanden met collectiegegevens, een geautomatiseerde bibliotheekcatalogus, gedigitaliseerde en niet gedigitaliseerde tekstbestanden met chronologische archiefgegevens, om gedigitaliseerde, maar ontoereikend toegankelijke indices op personen en bedrijven, verschillende soorten iconografische gegevens. Hoewel deze bestanden in uiteenlopende systemen en op verschillende manieren worden beheerd, heeft het beheer zelf altijd volgens goed doordachte richtlijnen op een consequente en deskundige manier plaatsgevonden. De beoogde integratie van bestanden zal dus niet op al te grote inhoudelijke problemen stuiten, omdat van inconsequente invoer of vervuiling van velden geen sprake is. (…) De interne organisatie van de collectie en van de kennis- en informatiesystemen waarmee deze is omgeven is zelfs zeer geschikt voor presentatie op het web: zowel de opbouw van de collectie als van de informatiebestanden, is namelijk in hoge mate gestructureerd en gestandaardiseerd. (…) 4.2 Gewenst niveau van informatievoorziening Bij het uitwerken van een ontwikkelplan voor de nieuwe geïntegreerde informatievoorziening moet rekening worden gehouden met de manier waarop bezoekers, zonder terminologische en inhoudelijke voorkennis, zo efficiënt mogelijk hun weg in het aanbod van informatie weten te vinden. Daarmee zou één van de belangrijke doelen die het museum zich heeft gesteld verwezenlijkt kunnen worden, namelijk het aanbieden van een instrument waarmee bezoeker zijn eigen objecten kan determineren, dateren of verrijken met achtergrondinformatie. Een ander belangrijk aspect, het web als medium voor kennisoverdracht in twee richtingen, dat nu evenmin wordt ondersteund door de huidige informatie-voorziening, komt daarmee binnen bereik. De informatie die een bezoeker heeft over het object dat hij wil determineren (en bijvoorbeeld de context waarin hij het heeft gevonden, of verworven), kan weer een aanvulling zijn op de informatie die bij het Pijpenkabinet aanwezig is. Er moet een voorziening komen om deze informatie vast te leggen, te verifiëren en op te nemen in de informatievoorziening. (…) 5. Knelpunt en uitdaging 5.1. Behoefte aan know-how Extern advies en ondersteuning voor de uitwerking van ICT-plannen, het plannen van de betekenisvolle integratie van bestanden, het ontwerpen van zoekstrategieën, de samenwerking met andere ICT-partners, het aansluiten bij bestaande digitaliseringsprojecten is noodzakelijk. (…) Er zijn potentiële ontwikkelpartners geïdentificeerd, die volgens de eisen en specificaties van het Pijpenkabinet een geïntegreerde werk- en informatie-omgeving kunnen ontwikkelen. 5.2. Het digitaliseren van een pijpencollectie als referentiecollectie Kleipijpen en objecten uit het domein van de pijpennijverheid zijn driedimensionale objecten. De essentie van het object zit echter niet alleen in het object zelf, maar ook in de informatie over de context van vervaardiging, de context van gebruik en de betekenis die het heeft gehad voor degene die het heeft verzameld en bewaard voor het nageslacht. (…) Sterker nog, een referentiecollectie heeft tot doel een rol te spelen bij het identificeren en determineren van andere objecten. (…) De collectie van het Pijpenkabinet leent zich goed om naast bodemvondsten ook historische/volkenkundige objecten via beeldidentificatie te determineren. (…) Het digitaliseren (en converteren) van de archiefbronnen is een wezenlijk onderdeel van het ontwikkelen van een referentiecollectie voor de archeologie en historie van de pijpennijverheid. Soms zal de iconografie een belangrijke rol spelen (figurale pijpen), soms materiaalkennis en soms de vorm van het object. Ook de cultuurhistorische context van gebruik is voor de meeste groepen voorwerpen verschillend. Daarom moet de digitalisering van deze objecten worden ondersteund door een systeem waarin de verschillende vormen van informatie met elkaar worden verbonden. (…) 6. Samenhang en samenwerking 6.1. Prioriteiten, hoofdlijnen, interne samenhang De samenhangende ontsluiting van deze documentatie laat echter nog te wensen over. Het is nu nog moeilijk het informatieaanbod zo te structureren en te doseren dat de verschillende gebruikersgroepen daarvan snel, efficiënt en op voor hen betekenisvolle wijze gebruik kunnen maken. Met het creëren van een coherente samenhang tussen de documentatiebestanden zal tevens een faciliteit gecreëerd moeten worden om annotaties toe te voegen aan collectiebeschrijving en kennisbestanden. Hiermee wordt enerzijds de tacit knowledge die wel beschikbaar maar niet is vastgelegd veiliggesteld en anderzijds de aangeboden informatie voor het publiek beter begrijpelijk en meer betekenisvol gemaakt. 6.2. Externe Samenhang Door aan te sluiten bij nationale initiatieven, zoals Het Geheugen van Nederland, kan het Pijpenkabinet haar nut en bestaansgrond in de toekomst beter bewijzen en zekerstellen. (…) Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden van internationale samenwerking. (…) Gezien de toenemende belangstelling voor en groeiende vraag naar informatie over pijpen en Nederlandse kleipijpen in het bijzonder, is het niet meer dan voor de hand liggend om naar duurzame en verreikende mogelijkheden voor ontsluiting te zoeken. Dit informatieplan definieert het kader waarbinnen die mogelijkheden worden geplaatst. 6.3. Vocabulaire Hoewel voor het toekennen van trefwoorden zal worden gezocht naar aansluiting bij thesauri als de AAT en de Volkenkundige Thesaurus ligt dit minder eenvoudig dan het lijkt. Het is noodzakelijk een goede terminologiebron te ontwikkelen die binnen een specialistisch vakgebied alleen bij de meest algemene begrippen zal aansluiten. Binnen de objectbeschrijvingen van het Pijpenkabinet is echter reeds een vaste terminologie ontwikkeld die de morfologische ontwikkeling van de objecten en de typechronologie beschrijft. Deze terminologie, grotendeels gebaseerd op historische benamingen, zal bij verdere verwerking een gezaghebbende rol spelen. (…) Al het materiaal dat als uitgangspunt moet dienen bij het opbouwen van een gestructureerd vocabulaire is in het Pijpenkabinet aanwezig. (…) 6.4. Overzicht van de informatiebronnen en mogelijke verbeteringen Literatuurbestand De bibliografische informatie is digitaal, adequaat en up to date, maar ook niet gekoppeld aan de overige bestanden. Dit bestand moet worden overgezet naar de geïntegreerde infrastructuur. (…) Merkenregister Het merkenregister dient vooral ter verdere identificatie en datering van pijpen waarop een merk gevonden kan worden. Het is een belangrijk instrument bij de determinatie van objecten. Tevens is het een referentiestructuur die documentatie en objecten met elkaar verbindt. Die rol zal het register in een nieuwe infrastructuur ook spelen. Het register is deels digitaal en kan in een nieuwe infrastructuur (CMS) worden opgenomen. (…) Pijpmakersbestanden De pijpmakersbestanden bevatten alle persoonsgebonden gegevens in de vorm van archiefdata (genealogische en persoonsgegevens), literatuurverwijzingen en objectverwijzingen. Dit materiaal is gedigitaliseerd, maar als separaat bestand. Integratie is wenselijk, want het is een essentiële schakel tussen de museale collectie en bijvoorbeeld de archiefbronnen en de documentatie. (…) Archiefgegevens (datumbronnen) de archiefgegevens vormen de rijke historische achtergrond van de branche waarbinnen de objecten uit de collectie tot stand zijn gekomen. Deze gegevens zijn gedeeltelijk gedigitaliseerd en uitsluitend gekoppeld aan de persoonsbestanden. Volledige digitalisering en opname in een geïntegreerd systeem is essentieel voor een effectief en betekenisvol gebruik van deze bron. (…) Topografische index de topografische index is digitaal beschikbaar en kan worden gekoppeld aan de andere bestanden. De index verbindt objecten aan plaatsen van vervaardiging, maar ook aan vindplaatsen. Bovendien ontsluit het de archiefbronnen. De index moet worden opgenomen als referentiestructuur in het geïntegreerde systeem. (...) Iconografische bestanden de iconografische bestanden bevatten afbeeldingen en beschrijvingen van objecten die zich niet in de collectie bevinden. Deze dienen ter verrijking van het begrip van de cultuur van het roken en de geschiedenis van de pijp. Tevens bevatten deze bestanden illustraties van de pijp in het gebruik in verschillende tijden en sociale context. Iconografische metadata (trefwoorden of ICONCLASS-codes) kunnen objectinformatie koppelen aan documentatie of commentaren en beschrijvingen. (…) 6.5. Bestendigheid Omdat het informatiesysteem zowel op de eigen werkprocessen is gericht, als op de informatievoorziening, valt de toekomst van de publieke informatievoorziening samen met de toekomst van het museum. 6.6. Ontsluiting en aansluiting Er zal overleg gevoerd moeten worden met mogelijke partners. (…) Inbedding in een groter geheel zoals het Geheugen van Nederland lijkt daarom eveneens voor de hand liggend. (…) Het Pijpenkabinet staat open voor het aansluiten bij internationale ontwikkelingen, maar het kan niet het voortouw nemen in het organiseren van internationale projectplannen. Met een open blik voor de mogelijkheden worden de ontwikkelingen op het gebied van de European Digital Library gevolgd. (…) 6.7. Nieuwe doelgroepen Door de grote trefkans bij het zoeken via het web kan een veel grotere cirkel van doelgroepen bereikt worden: collega-musea die voor onderzoek of expositie zoeken op een specifiek thema (alle mogelijke aspecten uit de achttiende en negentiende-eeuwse Europese cultuur zijn verbeeld in pijpen) of op materiaal (ceramiek, porselein, hout, meerschuim, papier, etc) of techniek of op persoon, ongeacht of het gaat om makers, voorgestelden, gebruikers of anders. 7. Digitaliseringsplan 7.1. Digitalisering 7.1.1. Objecten De uitvoering van de digitalisering zal zoveel mogelijk rekening houden met de richtlijnen zoals gesteld door het Geheugen van Nederland. Te verwachten is dat de opnamen van objecten in huis, onder optimale condities zal worden uitgevoerd; risico van transport en handling wordt daarmee geminimaliseerd. Er is inmiddels een ruime ervaring met het fotograferen van objecten. Het materiaal, zoals camera, belichting en achtergrond, zal moeten voldoen aan de hoogste eisen en de hoogste technische standaard. De digitale fotografie van de eerste selectie type exemplaren zal worden benut als trainingsronde. Het gaat immers om een beperkt aantal objecten. Vervolgens zal, na evaluatie, een bredere selectie van objecten worden gedigitaliseerd. De museale collectie bestaat uit c. 25.000 objecten, vooral pijpen. De collectie kent diverse deelcollecties. (…) 7.1.2. Documentatie en teksten
7.2. Conversie 8. Duurzaamheid 8.1. Digitale duurzaamheid museale data In principe dient al het materiaal duurzaam bewaard te worden. De kwaliteitsvraag is al bij de selectie van de objecten in de collectie en de inname van andere documentaire- en informatiebronnen beantwoord. De duurzaamheid van de gedigitaliseerde objecten en de informatie waarmee deze objecten worden verrijkt moet op verschillende niveaus worden aangepakt. Het vereist van de instelling een proactieve opstelling. Hoewel digitale duurzaamheid hoog op de agenda van nationale en internationale organisaties en overheden staat, bestaan er nog geen algemeen geaccepteerde richtlijnen, hulpmiddelen of faciliteiten. Wel bestaan er initiatieven die specifieke delen van het duurzaamheidvraagstuk adresseren. Die initiatieven vormen echter geen samenhangend geheel, of onderdeel van een infrastructuur die nu al voor iedereen toegankelijk en bruikbaar is. (…) De digitale duurzaamheid van binnen een instelling ontwikkelde en onderhouden digitale informatiebronnen is nog voornamelijk de verantwoordelijkheid van de instelling zelf. (…) 8.2. Generieke faciliteiten t.b.v. de duurzaamheid 9. Een ontwikkelplan
(…) Amsterdam, augustus 2007 |
||||||||
|
Pijpenkabinet - nationaal museum met de internationale collectie
© copyright Pijpenkabinet, Amsterdam |
||||||||