beleidstukken
verkorte versie

Collectieplan Stichting Pijpenkabinet

Amsterdam, december 2002

Preambule
Het collectieplan van de Stichting Pijpenkabinet beschrijft de collectie van het museum en het museale beleid ten aanzien van deze collectie. Daarmee komt zowel het gebruik van de collectie voor doeleinden van presentatie, studie en bruikleen ter sprake als de wijze van collectioneren. Het verzamelbeleid - en meer specifiek de manier waarop de Stichting Pijpenkabinet met particuliere gelden verzamelt - wordt door het bestuur beschouwd als een interne aangelegenheid. Dit collectieplan is dan ook uitdrukkelijk geen openbaar stuk, maar bedoeld voor gebruik binnen het museum door bestuur en medewerkers. Daarnaast kan inzage worden verleend aan algemeen ondersteunende instellingen zoals het ICN, de Mondriaan Stichting, Vereniging Rembrandt enzovoort indien daar aanleiding toe bestaat.
Een verkorte versie wordt op de website van het Pijpenkabinet openbaar gemaakt.

I. Algemeen

a Doelstelling
Het Pijpenkabinet stelt zich ten doel een gespecialiseerd kenniscentrum te zijn op het gebied van de historie van het pijproken en het tabaksgebruik. Daartoe verzamelt, beheert, documenteert en bestudeert het Pijpenkabinet rookpijpen, wereldwijd en zonder beperking in tijd. Bij de verzameldoelstelling behoort tevens het bijeenbrengen en beheren van de aan het verzamelgebied gerelateerde documentatie en tweedimensionale objecten. Voor zover het de nadere bestudering en publiceren van onderzoek niet in de weg staat, streeft het Pijpenkabinet naar een presentatie van de collectie voor doeleinden van educatie en genoegen.

b Positionering
De legitimering van het Pijpenkabinet is gelegen in het feit dat dit museum als enige in West-Europa stelselmatig een collectie rookpijpen aanlegt en kennis over dit onderwerp verzamelt. Door de nadruk op kennisverwerving en -verspreiding, waarbij de collectie zelf als onmisbare bron wordt beschouwd, heeft het Pijpenkabinet zich een unieke positie verworden als vraagbaak met mondiale reikwijdte op haar specialistische terrein. In het licht van Collectie Nederland heeft het Pijpenkabinet een waardevolle collectie opgebouwd met een in zijn soort unieke referentiewaarde. [zie ook het meer recente Informatieplan]

In 1993 is de collectie van de Stichting Pijpenkabinet door het Ministerie benoemd tot collectie met een A-status ijkwaarde.

II Collectiebeschrijving en cultuurhistorische / museale waarde
De door de Stichting Pijpenkabinet beheerde collectie bestaat uit verschillende deelcollecties, allen met een duidelijke relatie tot het pijproken, maar qua periode, regio of aard van herkomst in hoofdgroepen te verdelen.

Voor de indicatie van de cultuurhistorische waarde wordt gebruik gemaakt van de indeling in A,B,C en D, zoals toegepast in het Deltaplan voor het Cultuurbehoud (Tweede Kamer, 1990-1991, 21 973). Het museum heeft geen objecten in de categorie D - requisieten. Zie paragraaf V (Collectievorming) voor een beschrijving van de "selectie aan de poort".

De deelcollecties zijn de volgende (situatie 2002):

De prehistorie van het roken komt tot uiting in de pre-columbiaanse collectie: pijpen uit Midden- en Zuid-Amerika die teruggaan tot 500 v.Chr. Ondanks de grote zeldzaamheid van deze, meest archeologische objecten heeft het Pijpenkabinet in de loop van de jaren de grootste collectie buiten Mexico bijeengebracht.

Cultuurhistorische waarde: A2, schakelwaarde. De vroege ontwikkeling van het roken is dermate onbekend door de zeldzaamheid van artefacten, dat nagenoeg ieder voorwerp een belangrijke toevoeging aan onze kennis hierover vormt. Vrijwel de gehele deelcollectie is door de hoge presentatiewaarde opgenomen in de vaste opstelling.

Nederlandse en West-Europese bodemvondsten vormen numeriek gezien een aanzienlijk deel van de collectie. Hierin wordt elke merk en iedere vormvariatie opgenomen. Als referentie- en studieverzameling vormt het de basis voor talloze publicaties op archeologisch gebied. Het is een collectie die door de archeologische wereld veel wordt geraadpleegd en de basis is geweest voor onder meer het handboek voor de Nederlandse kleipijp (1987).

Cultuurhistorische waarde: A1, ijkwaarde (40%), B7 documentatiewaarde (60%). De pijpen van archeologische herkomst worden encyclopedisch verzameld en zo uitvoerig mogelijk gedocumenteerd qua herkomst. De collectie vormt de basis voor wetenschappelijke beschrijvingen, waardoor de objecten ter verificatie bewaard moeten blijven. Met name voor de Nederlandse archeologie is intussen bekend dat de diverse archeologische instituten de pijp onvoldoende registreren en bewaren om daaruit wetenschappelijke informatie af te leiden. Dit maakt de collectie van het Pijpenkabinet des te waardevoller. Ruim de helft van deze deelcollectie is niet als referentie gebruikt in wetenschappelijke publicaties, maar bevat dezelfde belangrijke documentatiewaarde.

Voor de museale presentatie is slechts een klein gedeelte (ca. 2%) geselecteerd. De presentatiewaarde is door de wisselende staat door langdurig verblijf in (verontreinigen-de) grond vaak onvoldoende voor de hoge criteria die het museum aan exponaten stelt.

De pijpen uit de negentiende en twintigste eeuw zijn uit alle Europese landen afkomstig en vertonen een enorme vormenrijkdom. De uitbundige decoraties en beeldhouwkunstige invloed maken deze pijpen tot de aantrekkelijkste voor het publiek. Van diverse toonaangevende pijpenmakerijen bezit het museum een representatief productie-overzicht.

Cultuurhistorische waarde: A1 - ijkwaarde (25%), B4 en 7 - attractie- en documentatiewaarde (25%), B4 - attractiewaarde (50%). Van enkele Nederlandse pijpenmakerijen bezit het museum een fabriekscollectie (soms zelfs de toonkamermodellen), die de enige gedocumenteerde referentie naar de productie van dat bedrijf vormen en als zodanig een ijkwaarde bezitten. Voor buitenlandse fabrieken geldt dit in mindere mate, doch door zorgvuldig documenteren hebben deze pijpen wel een unieke documentatie-waarde die elders niet voorhanden is. Voor alle pijpen uit deze deelcollectie geldt dat zij door hun uitzonderlijke vormgeving, afwerking en goede staat (selectie aan de poort-principe) een hoge attractie- of presentatiewaarde hebben. Gezien de diepgaande aarde van deze collectie wordt een relatief klein deel (12%) permanent getoond.

Het vervaardigingsproces kan in alle facetten worden getoond door het originele pijpenmakersgereedschap. Het enige compleet bewaarde interieur van een pijpenmakerij uit Gouda behoort tot de collectie. Met name de honderden messing pijpvormen geven een uniek beeld van de Goudse pijpenproductie gedurende drie eeuwen. Ter vergelijking is materiaal uit andere Europese centra in de collectie vertegenwoordigd.

Cultuurhistorische waarde: A1 - ijkwaarde (20%), B6 - ensemblewaarde / B7 documentatiewaarde (80%). Pijpenmakersgereedschap is weinig bewaard, tijdens het verval van de nijverheid is veel productiemateriaal vernietigd. De gehele deelcollectie, die grotendeels rechtstreeks van één pijpmakerij is overgenomen, heeft daardoor een belangrijke documentaire waarde en een ensemblewaarde. De ontwikkeling van de pijpvorm van 1745 tot 1945 is aan de hand van de collectie te volgen. De aparte groep vormmakersgereedschap is uniek en als zodanig van groot belang. Door de omvang van de deelcollectie is slechts een deel gepubliceerd en als referentie aan te merken, wat niet afdoet aan de waarde van het geheel. Ongeveer 90% van de deelcollectie is in een open-depotopstelling permanent tentoongesteld.

De deelcollectie porseleinen pijpen, afkomstig uit Frankrijk en het Duitse taalgebied, is nergens anders in Nederlandse museumcollecties vertegenwoordigd. Van de uiterst zeldzame figurale pijpen uit de achttiende eeuw en de schilderkunstig verfijnde negentiende eeuwse pijpen bezit het museum een indrukwekkende reeks voorbeelden.

Cultuurhistorische waarde: B4 - presentatiewaarde. De figurale en met name de beschilderde porseleinen pijpen zijn kunsthistorisch van groot belang en worden daardoor op Europees niveau verzameld, zowel door musea als collectioneurs. Binnen Nederland bestaat er geen museale belangstelling en zijn er geen collecties voorhanden. De deelcollectie van het Pijpenkabinet vormt daarop een uitzondering. Door de kwaliteit van het werk is een groot deel opgenomen in de permanente expositie (80%).

Pijpen van overige materialen zijn vanaf het begin van de negentiende eeuw naast kleipijpen gemaakt. De uit meerschuim gesneden pijpen behoren tot de meeste kunstzinnige; de houten pijp, van bruyère maar ook van ander houtsoorten, is de meest algemene rookpijp geworden. Tot deze categorie behoren ook de curiositeiten van glas, metaal, been, ivoor etc. Zelfs pijpen van schelpen of een krabbenschaar bestaan. Het Pijpenkabinet toont een selectie voorbeelden van gevarieerde materialen.

Cultuurhistorische waarde: B4 - presentatiewaarde. Deze groep wordt door het Pijpenkabinet niet uitputtend of encyclopedisch verzameld, maar selectief. Nagenoeg de hele deelcollectie (95%) is opgenomen in de vaste museumopstelling om zodoende het beeld van de Europese rookcultuur te completeren.

De cultuur van het roken wordt geïllustreerd door de volkskundige objecten als bruidegomspijpen, pijpenkassen, vonkenvangers en pijpenladen. In combinatie met een verzameling schilderijen en rokersprenten van de zeventiende eeuw tot heden kan een volledig beeld van de roker in zijn sociale omgeving worden geschetst.

Cultuurhistorische waarde: A3 - symboolwaarde (5%), B6 - ensemblewaarde (15%), B4 - presentatiewaarde (25%), C – binnen de verzameldoelstelling (55%). Deze gevarieerde groep wordt deels bewaard als nadere documentatie van het tabaksgebruik, is deels van belang om de pijp in de context van het gebruik te kunnen tonen (presentatiewaarde). De groep bruidegomspijpen vormt een overzicht van een uniek, Nederlands volksgebruik (ensemblewaarde). Enkele stukken, zoals de bokaal van Bastiaan van Overwesel gegraveerd met zijn pijpenmerk is een uniek overblijfsel van een historisch moment binnen het pijpenmakersgilde.

De collectie etnografische pijpen omvat een selectie uit meer dan zestig verschillende landen in Afrika en Azië. Het meest uitgebreid is het overzicht van de Afrikaanse rookcultuur, met een onverwachte vormenrijkdom vol symboliek uit Kameroen. Voorts is de verfijnde ceramiek uit het Nabije-Oosten (Ottomaanse Rijk) vermeldenswaardig. Als Aziatisch voorbeeld kunnen de opiumpijpen uit China dienen, uitgevoerd met stelen van bamboe, ivoor, schildpad en cloisonné, sommige bezet met edelstenen in gouden of zilveren montering.

Cultuurhistorische waarde: B4 - presentatiewaarde (50%), C - verzamelbeleid (50%). Etnografische pijpen hebben allen een documentaire waarde voor het tabaksgebruik in alle delen van de wereld en passen als zodanig in het verzamelbeleid van het museum. Vaak zijn zij door hun volkskunstige, etnisch gebonden vormgeving uiterst aantrekkelijk van uiterlijk en voegen dan een presentatiewaarde toe aan hun plaats in de collectie. De meest representatieve objecten uit drie continenten (20%) zijn opgenomen in de presentatie.

Totaal aantal objecten 20.020 (peildatum dec. 2002)

III Collectieregistratie

Elk object in de collectie van de Stichting Pijpenkabinet is genummerd en geregistreerd in een elektronische database. De registratiegraad is 100%, er is geen registratie-achterstand.

Naast de collectie realia beheert de Stichting Pijpenkabinet een omvangrijke collectie documentatie onder te verdelen in publicaties als boeken, tijdschriften en pamfletten, maar ook in prenten en archiefstukken. Dit onderdeel is eveneens geautomatiseerd beschreven maar ontsloten. De omvang beloopt ruim 4000 titels exclusief ongeveer twintig strekkende meter aan knipsels, plaatjes en fotomateriaal.

Ten slotte zijn er nog aanzienlijke documentatiebestanden waaronder registers van pijpenmakers en pijpenfabrikanten, personen die een relatie met de branche hebben en een immense documentatie aan aantekeningen en archiefgegevens uit Nederland en buitenland. Dit materiaal is grotendeels ontsloten.

IV Beheer en behoud

Restauratie
De objecten in de collectie worden na opname, maar doorgaans voor nummering en registratie, zorgvuldig schoongemaakt en gecontroleerd. Aangezien bij de selectie scherp op de kwaliteit wordt gelet, is restauratie zelden noodzakelijk.

Bewaaromstandigheden
De collectie is opgeslagen in speciaal voor de collectie gemaakte ladenkasten die zodanig zijn opgesteld dat aan de normen voor bewaarcondities wordt voldaan. Het depot is klimatologisch constant en donker. In de expositie is aandacht besteed aan de passieve conservering.

Gebruik van de collectie
De topstukken van de collectie zijn gezien het historische belang of hun kwaliteit, opgenomen in de vaste presentatie. De depotcollectie, ongeveer negentig procent van het totale bezit, is in laden-kasten of rekken geborgen en wordt uitsluitend door gekwalificeerd personeel gehanteerd.

Bruikleenaanvragen uit de collectie worden met terughoudendheid toegestaan en uitsluitend aan museale instellingen met deugdelijke condities voor expositie en transport.

Naast de eigenlijke collectie maakt het Pijpenkabinet dankbaar gebruik van semi-museale objecten uit de museumwinkel. Deze kunnen worden ingezet voor expositie in niet-museale omgeving, maar ook voor (reclame-)fotografie, gebruik in speelfilms et cetera. Dit betekent dat de museale collectie gepaard blijft voor dit soort gebruik. Op deze manier kan het Pijpenkabinet de toenemende bekendheid als leverancier van historische requisieten op het gebied van het roken adequaat en op verantwoorde wijze beantwoorden.

V Collectievorming

Acquisitie
Door een actief verzamelbeleid, met name vanaf 1982, is de collectie gegroeid tot een wereldwijd overzicht van rookpijpen. De Stichting Pijpenkabinet neemt geen langdurige bruiklening van derden in de collectie en acht deze ook ongewenst. Schenkingen worden uitsluitend geaccepteerd onder voorwaarde dat het museum gemachtigd is het voorwerp weer af te stoten wanneer het door een beter wordt vervangen.

Selecteren en afstoten
Sinds begin jaren 1980 hanteert het Pijpenkabinet een strenge richtlijn voor het opnemen van objecten. Alleen voorwerpen die passen binnen de verzameldoelstelling worden opgenomen, eerder verworven objecten die niet aan die eis voldoen zijn reeds uit de collectie verwijderd. Voorwerpen die tot de zogenaamde D-categorie ofwel rekwisieten behoren bezit de Stichting Pijpenkabinet niet.

De Stichting Pijpenkabinet kent een streng bewaakt afstotingsbeleid. Ten eerste worden de door vervanging vrijkomende duplicaten direct afgevoerd. Ten tweede koopt het museum veel pijpen (met name in collecties) die na vergelijking - dus zonder ooit opgenomen te worden - weer worden doorverkocht of worden geruild. Daarmee wordt het aankoopbudget soms indirect aangevuld.

Afstoting vindt altijd plaats door het object terug te brengen in het verzamelaarscircuit. Na toetsing aan de "nationale collectie" is de groep van verzamelaars de plaats waar het object zijn waarde en functie heeft. In principe is het Pijpenkabinet terughoudend in overdracht naar andere Nederlandse musea, omdat daarmee een duplicaat in Collectie Nederland wordt gecreëerd. Voor buitenlandse musea geldt dat minder, omdat zo de pijp als cultuurhistorisch object een bredere verspreiding krijgt, zeker waanneer het Nederlandse pijpen betreft.

Amsterdam, december 2002

Pijpenkabinet - nationaal museum met de internationale collectie
© copyright Pijpenkabinet, Amsterdam