Nr. 15 - Mei 2011 Nieuwsbrief Pijpenkabinet

De afgelopen maanden domineerden twee thema's het werk in het Pijpenkabinet. Ten eerste de vervolmaking van de website met als bureauwerk de eindeloze reeks correcties en aanvullingen van gegevens op de onderliggende database van onze site. In de fotostudio naast het depot was er de voortgaande fotografie van objecten om de collectie ook visueel zichtbaar te maken. Het tweede thema was de overname van een imposante reeks objecten uit het Groninger Tabaksmuseum in maart van dit jaar. Zo werden het maanden van hard werken maar met duidelijke en blijvende resultaten.

Deze Nieuwsbrief staat geheel in het teken van de overname van de kernstukken van het gesloten Niemeyer museum. Evenals twee jaar geleden, toen een belangrijk deel van het SEITA-museum door het Pijpenkabinet werd overgenomen, is dit nummer een themanummer waarin we een keuze uit de aankoop presenteren. Anders dan vroeger kan iedereen die ons nu volgt de totale omvang van de Niemeyer overname in onze database teruglezen.

Dit is de laatste Nieuwsbrief die op de huidige website wordt gepubliceerd. Vanaf september wanneer wij ook onze Wikipipia in de pers zullen lanceren, komt de Nieuwsbrief voortaan op de nieuwe site www.pipemuseum.nl.

Aanwinsten uit het Niemeyer Tabaksmuseum
Berichten in de pers maakten vorig jaar november al duidelijk dat het prachtige Tabaksmuseum van Niemeyer, sinds 1978 samen met het Noordelijk Scheepvaartmuseum aan de Brugstraat in Groningen gehuisvest, zou worden gesloten. Daarmee volgde Niemeyer in de stroom van liquidaties van tabaks- en tabaksgerelateerde collecties ooit voor het publiek toegankelijk die uiteindelijk opgeheven werden en in de uitverkoop gingen.

Het Niemeyer Tabaksmuseum heeft een lange geschiedenis. Dit bedrijfsmuseum kwam voort uit de particuliere verzameling van Georg Brongers uit het Groningse plaatsje Middelstum. In de laatste jaren voor de Tweede Wereldoorlog startte deze bevlogen verzamelaar met het bijeenbrengen van tabaksgerelateerde voorwerpen. In 1951 was hij een van de belangrijkste inbrengers op de expositie die werd gehouden ter gelegenheid van het World Tobacco Congress in Amsterdam. Daar werd terecht door de Groningse firma Niemeyer ontdekt dat de historische zijde van het roken van groot nut kon zijn voor de promotionele activiteiten van hun concern. Enkele jaren later startte Niemeyer dankzij de overname van de collectie Brongers en inzet van de verzamelaar in eigen persoon een bedrijfsmuseum. De presentatie was aanvankelijk in het fabrieksgebouw aan de Paterswoldseweg gevestigd.

In 1964 werd voor verdere professionalisering gekozen. De collectie werd naar Amsterdam overgebracht waar de firma aan de Amstel een grachtenpand betrok dat voor vergaderingen en ontvangsten van relaties dienst zou doen. In het souterrain van Amstel 57 werd de inmiddels sterk vervolmaakte tabaks- en pijpenverzameling opgesteld onder de plechtige titel Niemeyer Nederlands Tabacologisch Museum. Op die locatie zou het museum tien jaar functioneren totdat een nieuwe directie besloot alle activiteiten weer in Groningen te concentreren. De firma Niemeyer betaalde de restauratie van het Gotische Huis, het oudste pand van de stad en stelde dit met enkele aangrenzende huizen in 1968 ter beschikking aan de stad Groningen. Hierin werd het Noordelijk Scheepvaartmuseum samen met het Niemeyer Tabaksmuseum gehuisvest, voortaan onder één directie. De opening vond in 1978 plaats.

Georg Brongers bleef als conservator aan het museum verbonden, later bijgestaan door de directeur van het scheepvaartmuseum Tiemen Helperi Kimm. Na de pensionering van Brongers heeft Kimm de collectie naar eigen inzicht geschoond en uitgebreid met een reeks aanvullende topstukken; kwaliteit en esthetiek waren zijn persoonlijke drijfveer. Na zijn vertrek rond 1992 is er met de tabakscollectie nog maar weinig gebeurd.

De sluiting van het museum kwam niet geheel onverwacht. Niemeyer betaalde het Noordelijk Scheepvaartmuseum jaarlijks een fors bedrag voor het beheer van de collectie. Inmiddels was de tabaksfirma overgenomen door de multinational BAT, die geen band met Groningen noch met de historie had. Gelijkertijd waren de regels voor de tabaksreclame in Europa dermate verscherpt dat de promotionele waarde van het museum had afgedaan. De firma heeft de sluiting dan ook verklaard door te stellen dat zij het roken niet langer actief wilde stimuleren. Daarbij werd natuurlijk welbewust over het hoofd gezien dat het museum juist een cultureel aspect van de Nederlandse cultuur heeft willen tonen. In feite is de sluiting een eenvoudige bezuinigingsmaatregel.

Dankzij de bemiddeling van het Scheepvaartmuseum is de tabakscollectie niet zonder pardon in de verkoop gedaan, zoals bij vergelijkbare collecties gebeurde. Er is bedongen dat geregistreerde Nederlandse musea een keuze konden maken en tegen taxatiewaarde objecten konden overnemen. Op die wijze zou voor Collectie Nederland het belangrijkste materiaal bewaard blijven. Van die gelegenheid heeft het Pijpenkabinet ruim gebruik gemaakt.

De versterkte verzamelgebieden
Door het Pijpenkabinet is bij deze aankoop sterk vanuit onze positionering in Nederland Museumland gedacht. Wij hebben primair objecten overgenomen die naadloos aansluiten bij ons verzamelgebied en daarop een belangrijke aanvulling zijn. Daarnaast is de collectie in de breedte toegenomen met tabakscuriosa, die in de Nederlandse musea ondervertegenwoordigd is. Dat betekent dat de grote Delftse snuifpotten, zilveren tabakspotten in de verschillende Lodewijkstijlen en andere ruim in de Nederlandse musea voorkomende objecten door ons niet zijn aangeschaft. Daarentegen zijn juist wel objecten gekozen, die niet in ander collecties voorkomen, zoals pijpenkassen, wroeters, maar ook snuifraspen en tabaksdozen.

In totaal zijn ruim 400 voorwerpen aan de collectie Pijpenkabinet toegevoegd waarvan hieronder van de verschillende verzamelgebieden steeds twee voorwerpen besproken worden. Opvallend aan deze aankoop is de gemiddeld hoge kwaliteit van het materiaal. Verder valt op dat het slechts om twee geografische gebieden gaat: Meso- en Noord-Amerika enerzijds en West-Europa anderzijds. Ander etnografisch materiaal was in de Niemeyer collectie niet vertegenwoordigd. De hier beschreven aanwinsten tonen een brede variëteit maar zijn toch een willekeurige keuze. Andere objecten zijn misschien niet minder belangrijk maar komen in toekomstige publicaties nader aan bod.

Precolumbiaans
Tussen 1965 en 1980 legde Niemeyer een bijzondere verzameling precolumbiaans rookgerei aan. In die tijd was het verhandelen van archeologica uit die gebieden nog betrekkelijk gemakkelijk, er bestonden nog niet de strenge ethische regels van tegenwoordig. Interessant is dat de door Niemeyer verzamelde voorwerpen naadloos aansluiten bij wat in het Pijpenkabinet vertegenwoordigd is. Niet verwonderlijk, voor een deel komen zij uit dezelfde bron en werden door dezelfde actief opererende handelaar aangeleverd.

Zittende roker
Deze zittende figuur uit poreus vulkanisch gesteente gehakt is een prachtige uitbeelding van een roker uit de precolumbiaanse periode. Voorgesteld is een medicijnman die rookt uit een buisvormige pijp al is het ook mogelijk dat hij een primitieve sigaar tussen de lippen houdt. De uitbeelding refereert aan het belang bij die volken om met het roken een roes op te wekken, een aangename verdoving te ondergaan en boze geesten te bezweren. Het sculptuurtje is 11,5 centimeter hoog en vrij compact van uitvoering maar vanwege de steensoort betrekkelijk licht van gewicht. Het land van herkomst is Costa Rica, de nader omschreven regio heet Linea Vieja. De datering van dit object ligt rond het jaar 1000.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.501

Acrobaat
Een opmerkelijke en zeker flamboyante pijp is deze uit klei geboetseerde zittende figuur die moeiteloos zijn been in de nek legt. Vernuftig aan deze pijp is de figuratie waarbij het uitgestrekte linkerbeen van de voorgestelde de steel van de pijp vormt en de voet het mondstuk is. De grondvorm is geboetseerd, daarna is het voorwerp van een flinterdunne gepolijste slib voorzien die bij het bakken roodachtig werd. Nog voor het bakken heeft de maker enkele accenten met opgeplakte klei aangebracht zoals oorknoppen, een halsketting en een hoofdsieraad, die met hun geelbruine kleikleur nu prachtig contrasteren. De herkomst van dergelijke voorwerpen is doorgaans nogal schimmig, de illegale opgravers van indertijd spraken niet over hun vindplaatsen. Zeker is wel dat het een grafvondst betreft. Het voorwerp sluit naadloos aan bij de kunstuitingen van de Totonaken in de streek van Zuid-Veracruz in Mexico. De datering ligt tussen 300 en 900.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.502

Indianenpijpen
Een belangrijk deel van de collectie Indianenpijpen werd door Niemeyer verkregen via een bevlogen Amerikaanse verzamelaar, ene E.K. Petri uit Burlington (Wisconsin) waarvan helaas geen nadere gegevens bekend zijn. Uitgangspunt bij de aanleg van deze deelverzameling was de behoefte de prehistorie van het roken te tonen met representatief rookgerei uit de Noord-Amerikaanse Indianencultuur. In de loop van twintig jaar verzamelen werd een volwassen groep objecten bijeengebracht die in geen ander Nederlands museum zo rijk geschakeerd aanwezig is. Ook uit deze verzameling heeft het Pijpenkabinet een ruime keuze gemaakt waardoor de meest representatieve stukken weer museaal zijn ondergebracht. Twee objecten komen hier ter sprake.

Dubbele buisvorm
Deze prachtige buisvormige pijp van steatiet is voor de liefhebber van Indianenpijpen een buitengewoon begeerlijk object. Daarvoor zijn verschillende redenen: ten eerste zijn zogenaamde tubular pipes zeldzaam, maar daarnaast gaat het hier om een extra groot formaat en bovendien niet om een enkelvoudig stuk maar om een dubbele gelede pijp. De twee delen, hier heel uitzonderlijk tweemaal een pijpenkop, worden op subtiele wijze door een dubbele ring gescheiden. Op deze markering heeft de pijpenmaker ingekraste kruisjes als versiering aangebracht; bij de beide einden is een ingesnoerde concentrische ring te zien. Dergelijke buisvormige pijpen passen perfect in de Indianencultuur waar het liggend roken gebruikelijk was om de opgewekte roes prettig te kunnen ondergaan. Merkwaardig genoeg kon deze tweekoppige pijp dus van beide einden gebruikt worden. Of de tweede kop tijdens het gebruik met gras werd gevuld om de rook te filteren, is niet duidelijk. Het voorwerp werd indertijd als grafvondst aangetroffen in Marion County in de staat Alabama en moet ook in die streek gemaakt zijn. Een datering is moeilijk te geven, vermoedelijk gaat het om precolumbiaans maar de pijp kan ook uit de vroege historische tijd stammen. In ieder geval is het voorwerp volledig handgemaakt en vertoont geen sporen van modern door de Europeanen aangevoerd gereedschap. Datering tussen 1400 en 1700.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.517

Imposante elleboog
Een fantastische archeologische vondst is deze zogenaamde elleboogpijp, een vormsoort die onder de Indiaanse volken in Amerika grote belangstelling heeft gehad. Het eerste dat opvalt aan deze pijp is het uitzonderlijk grote formaat: een ketel van veertien centimeter hoogte en een gewicht van ruim elf ons. Subiel in de vormgeving is vooral de interactie tussen de recht opgaande wanden van de kop en de vierzijdigheid van de steel die wordt afgewisseld met de lichte rondingen aan de zijde van de roker, zowel op de ketelwand als aan de bovenzijde van de steel. Kortom een massief en indrukwekkend product maar met bijzondere vormgevingsgedachten. Uniek is ook de steensoort, een jasperconglomeraat met een grove structuur van rode spikkels in duizend tinten. Deze pijp behoorde ooit toe aan een Indianenchief en werd samen met hem begraven. De pijp is een van de weinige objecten die in het standaardwerk van West uit 1934 over de Amerikaanse tabakspijp voorkomt en de laatste decennia van eigenaar wisselde. Dankzij deze publicatie weten we de vindplaats namelijk Nacoochee in White County in de staat Georgia. Het gaat om een voorhistorisch stuk met een datering tussen 1000 en 1500.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.523

Archeologie en kleipijpen
De verzameling kleipijpen zowel van archeologische als van historische oorsprong, was bij Niemeyer niet bijzonder uitgebreid. Voor een tabaksmuseum was het op model, merk en decoratie verzamelen van eindeloze varianten niet opportuun. Het Niemeyer Tabaksmuseum vervulde primair een bezoekfunctie, geen wetenschappelijke en de kleipijp heeft nu eenmaal geen hoge attractiewaarde. Toch gaan bij dergelijke bescheiden deelcollecties, die tot stand zijn gekomen door selectie, vaak diverse interessante stukken schuil en dat is ook hier het geval. Enkele objecten kwamen voor opname in onze collectie in aanmerking en de twee meest kenmerkende worden hier voor het voetlicht gebracht.

Presentatiepijp
Een van de dikwijls gepubliceerde pijpen is deze grote tabakspijp waarvan de kop en de steel geheel overdekt zijn met stempels. Het gaat om een Haarlemse bodemvondst die al ruim voor het jaar 1950 tevoorschijn kwam. Wie de publicaties uit de afgelopen decennia volgt, ziet de verschuiving in de kennis rond dit voorwerp. In de jaren zestig wordt de pijp gezien als een meesterstuk of gildestuk uit Gouda, gemaakt om het vakmanschap van een nieuwbakken pijpenmaker te bewijzen. Inmiddels weten we dat een meesterproef niet bestond uit het maken van een opmerkelijk voorwerp, maar dat seriewerk de gilde-eis was. In de jaren tachtig verschuift de productieplaats naar Amsterdam en ziet men de pijp eerder als een presentatiestuk. Na nog wat nadere studie hopen wij deze bijzondere handgevormde pijp binnenkort een definitieve determinatie te geven.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.536

Reuzen Kaffeehauspfeife
Voor de meeste verzamelaars is de cafépijp een bekend fenomeen. Kenmerkend is de hoge nauwe ketel die altijd meerzijdig is en een reliëfversiering draagt. Zij worden verkocht in kartonnen dozen per half dozijn tegelijk verpakt samen met een enkel roer. De cafépijp staat aan de basis van het gezond roken want het verwisselen van de kop ten behoeve van schone rook is de achterliggende gedachte. De afgebeelde pijp voldoet alleszins aan de eigenschappen van de cafépijp, echter tamelijk onverwacht gaat het niet om een standaardformaat maar een product beduidend groter dan gemiddeld. Met zijn forse ketelgrootte met een hoogte van ruim tien centimeter sluit deze pijp aan bij de mode van de tijd van ontstaan, toen tabak bij grotere hoeveelheden gerookt werd en lange roeren nog in waren. Maker is de bekende firma Müllenbach und Thewald uit Höhr in het Duitse Westerwald die naast een productiebedrijf ook een grossiers- en handelsfunctie vervulde. De datering ligt rond 1880.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.567

Porselein
De verzameling porseleinen pijpen is door Brongers al voor de Tweede Wereldoorlog gestart en het lijkt erop dat aan die deelverzameling in latere tijd nog maar weinig is toegevoegd. Wel verschoof gaandeweg de belangstelling van de mooist geschilderde voorbeelden uit de buitenlandse ateliers met grote namen naar pijpen met spreuken en teksten op speciaal verzoek gemaakt zoals ze bij de Groninger bevolking populair waren. Uiteraard gebeurde dat vooral in de Groningse jaren vanaf 1975. Het was niet moeilijk uit de groep porselein een keuze te maken, al blijkt dat echt iets nieuws vinden voor onze welvoorziene deelcollectie porselein niet eenvoudig was. Beide stukken hier afgebeeld voldoen overigens ruimschoots aan dat criterium.

Egypisch vrouwenportret
Wie nou precies uitgebeeld is in deze portretpijp is niet geheel duidelijk. Het gaat om de afbeelding van een persoon met duidelijke kenmerken uit de Egyptische cultuur: een farao-achtig masker omgevormd tot een tabakspijp. Ook het kleurenpalet met een dominantie van groen en goud past in de tijd van ontstaan, toen onder invloed van de empire de Egyptische kunst in hoog aanzien stond. Overigens stamt de pijp zelf niet uit de grote hausse van de Egyptomanie, maar deze is van een generatie later. Zij moet in de jaren 1830 ontstaan zijn al is van dergelijke producten zo weinig bekend dat het zelfs niet duidelijk is of het om Frans dan wel om Duits porselein gaat. Merkwaardig contrast vormt het goud van de pijpenkop tegenover de montage met een zilveren deksel en zilveren manchetring. Aantrekkelijk is ook het oorspronkelijke roer waarin een fraai afgeplat gegroefd benen tussenstuk zit bekroond door een vrouwenportret met bladerkans op het hoofd. Overigens is dit portret meer in een Grieks-Romeinse dan in een Egyptische stijl vormgegeven.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.572

Porseleinen presentatiepijp
Een van de opmerkelijkste en bijzonderste objecten uit de Niemeyer collectie is deze oversized porseleinen Gesteckpijp. Niet alleen het formaat met een ketelhoogte van 24 centimeter, maar ook de voorstelling maken de pijp uniek. Aan de voorzijde zien we een meerkleurige beschildering van een half dozijn rokers en geen uitbeelding is toepasselijker voor een pijp. De schikking is prachtig gearrangeerd met een zittende pasja op de voorgrond en drie heren erachter rondom een schotel en een gezegeld pakje tabak. Hun kledij maakt dat zij verschillende standen vertegenwoordigen en dat is ook aan hun rookgerei te zien. Rechts achter is een staande Indiaan weergegeven met een bosje tabaksbladeren in de hand, aan zijn voeten zit een arbeider die voor de rokende heren een tabaksstreng snijdt. Zij verbeelden de oorsprong en de productie van de tabak. De achterzijde van de kop draagt de toepasselijke spreuk "WIR HABEN ALLE EINERLEIJ GOTT, ABER NICHT EINERLEIJ TOBAC". Tenslotte is het deksel vermeldenswaardig, dit is ook van porselein gemaakt en heeft doorboringen als luchtinlaat. De datering ligt rond het jaar 1800.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.584

Meerschuim
Het overgrote deel van de collectie meerschuim pijpen van Niemeyer was afkomstig van één verzameling die ooit toebehoorde aan een roker in Hongarije. Hoewel de naam van de trotse bezitter bekend bleef, leidt geen spoor naar hem terug zodat we helaas niet meer over de context van de pijpen te weten kunnen komen. In ieder geval was het een gemotiveerde roker die een imposante verzameling rookgerei ergens in zijn huis te pronk had staan. Dat ensemble werd incidenteel uitgebreid vooral met latere stukken om het overzicht van de meerschuimpijp te verfijnen en te completeren. Zo verkreeg men na veertig jaar verzamelen een goed beeld van deze bijzondere materiaalsoort. De mooiste voorbeelden daarvan zijn nu door het Pijpenkabinet overgenomen.

Diana als godin
Een van de mascottes van het Niemeyer museum is deze tabakspijp met cilindrische zakvormige ketel rondom van subtiel snijwerk voorzien. In talloze publicaties komt deze pronkpijp voor, die nog vrijwel maagdelijk wit is gebleven. De voorstelling is met grote precisie in het meerschuim gesneden en toont als hoofdmotief een slapende Diana als godin van de jacht geflankeerd door engeltjes en hoe kan het anders een hert en een zwijn omringd door jachthonden. Vooral verfijnd is de omlijsting rond de ketelopening waarin de motieven in het snijwerk op stucwerk uit de Lodewijk XVI-stijl lijken, compleet met guirlandes die prachtig gedetailleerd zijn en naast een aantrekkelijke ritmiek ook een grote dieptewerking hebben. Extra klasse wordt nog verkregen door de zilvermontage met als deksel een heuse keizerskroon, massiever dan de meeste pijpendeksels. De productieplaats van deze luxe pijp is waarschijnlijk Budapest met een datering zeker van voor het jaar 1820.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.656

Jacht op de bisons
Een imposante pijp kenmerkend voor zijn tijd is deze tabakspijp die als presentatiestuk is gemaakt. Hij was bestemd voor de wereldtentoonstelling in Chicago in 1893 toen - een jaar later dan gepland - het vierde eeuwfeest van Columbus' ontdekking van Amerika werd herdacht. Typerend is de basisvorm van de pijpenkop die wordt aangeduid met eierkop, gekenmerkt door een sterk eivormige ketel die met een mooie ronde bocht in een opgaande steel overgaat. Ook de zware conische manchet is karakteristiek voor de periode van ontstaan. Dit pijpmodel is onveranderd overgenomen van een Europese meerschuimpijp uit die dagen. Het snijwerk toont echter een Amerikaans thema en laat Indianen zien jagend op bisons. De snijder is met de klomp meerschuim zeer economisch omgegaan maar slaagde er wel in een aantrekkelijke compositie te scheppen met een duidelijke zichtzijde. Toch laat de fijnheid van het snijwerk hier en daar iets te wensen over. Opmerkelijk aan dit stuk is vooral dat het om een Amerikaans maaksel gaat waarvan wellicht ooit nog eens vastgesteld kan worden om welke vakman het gaat. De datering ligt rond 1892.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.684

Pijpfoedralen
Het volkskunstige aspect van het roken was een sterk onderdeel in de Niemeyer collectie. Zowel Brongers als zijn opvolger Kimm koesterden een speciale interesse voor de Hollandse ambachtskunsten. Dat komt in verschillende aspecten van de collectie tot uitdrukking, maar uit zich vooral in de fraaie set pijpfoedralen. De foedraal om een kleipijp in te bewaren is vanaf de laat zeventiende eeuw tot aan het eind van de negentiende eeuw gemaakt. Hoewel als functioneel artikel bedoeld, zijn vooral de meer prestigieuze pronkstukjes door Niemeyer verzameld. Zij dienden niet alleen om de pijp in te vervoeren maar waren ook een statusobject voor de bezitter. Thuis lagen zij vaak in een vitrinekastje te pronk. De twee meest interessante kassen worden hier besproken.

Twee portretten
Deze kas stamt uit het eerste kwart van de achttiende eeuw en is uit een zeer fijne houtsoort gesneden, doorgaans aangeduid met buxus. Het keteldeel vertoont een soort Januskop, twee portretten, in dit geval een man en een vrouw zoals in die tijd ook wel op de kleipijp staan afgebeeld. De steel is op subtiele wijze met wat fijngesneden bladwerk versierd. Het snijwerk is van buitengewoon artistiek niveau waardoor het volkskunstige aspect in feite met dat van de beeldhouwkunst versmelt. Niets aan deze kas is primitief, alles getuigt van grote klasse in vormgeven, uitwerken en detailleren. Kenmerkend voor de vroegere kassen is overigens de sluiting: met een schuifje opent zich de steel over de volle lengte en kan de pijp uit de houder worden genomen. Waar dergelijke voorwerpen, waarvan er meerdere maar steeds andere bekend zijn, precies gemaakt zijn is nog niet bekend.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.735

Een Zeeuwse kas
De provincie Zeeland heeft de naam dat de pijpenkas daar vooral in aanzien stond. Zij maakte onderdeel uit van de Zeeuwse dracht en in de bovenbroek was een speciale zak om de pijpenkas in te laten glijden. De hierbij afgebeelde pijpenhouder is een prachtig voorbeeld van zo'n Zeeuwse overversierde kas. Op de klep van de houder zien we het gekroonde wapenschild van de provincie en op de voorzijde zijn folkloristische motieven te zien: een bloeiende bloem omgeven door vogels. De knop om de kas te openen en te sluiten heeft de vorm van een hondenkop. De hals toont de hoofdvoorstelling: een man achter de ploeg, wel heel karakteristiek voor dit boeren pronkgoed. Op de steel tenslotte is nog een ruiter te paard afgebeeld. Dankzij het wapen kunnen we met zekerheid zeggen dat het om Zeeuwse volkskunst gaat. Zeker is dat dit werk niet door een amateur in de avonduren is gemaakt, maar door een beroepssnijder. Daarvan getuigt de wijze van werken die routine, snelheid en trefzekerheid verraadt. Geen voorwerp dus, dat met de tong tussen de tanden is gemaakt. De datering ligt vermoedelijk rond 1850.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.739

Tabaksdozen
De verzameling tabaksdozen van Niemeyer was vooral gericht op het tonen van een overzicht van de vorm- en decoratieontwikkeling van de Hollandse tabaksdoos, het ging om de grootst mogelijke variatie en de hoogst mogelijke kijkwaardigheid. Dat veel aandacht aan de vroegere tabaksdoos is besteed, is vooral een hobby van de laatste conservator geweest. Juist die zeldzame vroege voorwerpen zijn door het Pijpenkabinet gekozen. Ook van de latere dozen zijn er enkele aangekocht vanwege hun gave staat. In de handel worden regelmatig tabaksdozen aangeboden die sleets en doorgepoetst zijn, waardoor de decoratie nauwelijks nog leesbaar is. Uit oude collecties als deze komen soms nog gaaf bewaarde exemplaren tevoorschijn.

De vroegste tabaksdoos
Het hierbij afgebeelde tabaksdoosje gaat door voor de oervorm van de tabaksdoos. Het betreft een klein exemplaar van gegoten messing met een achtkantig grondplan en een gefacetteerd klepdekseltje met eenvoudige scharnier. Aan de binnenzijde is op deze scharnier een pijpenstoppertje aangebracht en dat wijst op een vroege datering toen de pijpenkop te klein was om met de vingers te vullen. Uniek is de decoratie, waarbij op de verschillende panelen een geometrische decoratie is uitgespaard die met vier kleuren email is ingevuld. Zowel het patroon als de wijze van werken verraden eerder een renaissance-invloed dan latere stijlkenmerken. De doos is als bodemvondst tevoorschijn gekomen en is enig in zijn soort al zal deze indertijd zeker in een kleine serie gemaakt zijn. De datering moet rond 1620 liggen.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.711

Doos met geheime scènes
Rond 1720 is de rechthoekige zaktabaksdoos in omloop gekomen. In roodkoper en messing uitgevoerd zijn hiervan over een tijdspanne van zo'n veertig jaar vele duizenden exemplaren gemaakt. Slechts een enkele doos is meer speciaal zoals de hierbij afgebeelde. Zowel de vorm als de wijze van graveren is karakteristiek voor de Hollandse tabaksdoos maar bijzonder is dat hier van een zeer luxe uitvoering sprake is. Op de bodem en het deksel zijn namelijk schuifjes aangebracht waarachter erotische voorstellingen schuil gaan. In gesloten toestand zien we fijn gegraveerde galante scènes maar geopend wordt de vrouw als verleidster voorgesteld. Het stoutste detail zien we in een van de hoeken van de geheime vakjes: een zittende poes kluivend op een reuzenfallus. Aan de binnenzijde van het deksel is nog een opengezaagde voorstelling van een Romeinse godin met sikkel te zien. Ook die toegevoegde decoratie benadrukt de grote luxe van deze doos. Datering tussen 1730 en 1750.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.725

Tabakscuriosa
Uit de geweldig omvangrijke verzameling tabakscuriosa heeft het Pijpenkabinet slechts een klein aantal representatieve objecten gekozen. Daarbij was het criterium kwaliteit en schoonheid. De twee hier beschreven objecten horen tot het gebruik van snuiftabak. Behalve de voorwerpen zelf zijn van deze gewoonte geen sporen achtergebleven en daardoor zijn we geneigd te vergeten hoe buitengewoon belangrijk de cultuur van het snuiven ooit was. Werd de Hollandse tabakswinkel niet gedomineerd door Delftsblauwe snuifpotten en draaiden niet op de stadswallen van veel plaatsen snuifmolens? Met de keuze van enkele voorwerpen van de Niemeyercollectie werd dit verzamelgebied bij het Pijpenkabinet duidelijk versterkt.

Houten tabaksrasp
Deze fraai gesneden snuifrasp van hout met klokvormig model behoort tot de zeldzame tabaksraspen. Aan de bovenzijde is een scharnierende klep aangebracht die wegschuift en dan een ijzeren rasp laat zien. Het schuifdeksel is de blikvanger van het voorwerp en toont knap snijwerk met bloemknoppen en gekrulde lijnen op het smalle onderdeel, terwijl bovenaan een gekroond ovaal wapenschild te zien is waarop een familiewapen. Vermakelijk zijn de leeuwen als schilddragers die met hun primitief gevormde lichamen de volkse aard van het snijwerk onderstrepen. Wanneer het voorwerp in gebruik was verzamelde de snuif zich onder de ijzeren rasp en deze kon vervolgens met behulp van een tuitvormige uitlaat in de snuifdoos worden gegoten. Dergelijk snijwerk wordt César Bagard-werk genoemd, naar de beroemdste snijder die in Nancy werkte. Of deze rasp wel zo zeker uit die stad komt zoals altijd is beweerd, is sterk de vraag. De datering ligt tussen 1720 en 1750.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.827

Snuifdoos in Meissentrant
Een hoogtepunt van de snuifcultuur is het presenteren van de snuifdoos wanneer men in gezelschap was. Met die doos uitte de bezitter zijn trots en niet verwonderlijk was geen materiaal te luxe. Dit exemplaar is van porselein gemaakt en heeft een rechthoekig grondplan. Het deksel, dat met een vergulde messing armatuur aan de doos is vastgezet, is eveneens van porselein en heeft een licht gebolde vorm. Aan de buitenzijde is de doos van een subtiel reliëf voorzien bestaande uit vlechtwerk met op het deksel een uitsparing omlijst door rocailles. In deze cartouche is de hoofdvoorstelling te zien met een galante scene van een man en een vrouw. De beschildering rond de armatuur is in rococotrant uitgevoerd met een schubbenmozaïek waarvan de a-symmetrische contourlijnen aan de rococostijl refereren. Hoewel deze luxe doos in alle opzichten op de dozen uit Meissen lijkt en daarnaar verwijst de signatuur ook, gaat het toch om een imitatie uit een andere porseleinstad. Wie goed kijkt ziet dat het porselein net niet voldoende fijn van uitvoering is en de schildering het raffinement mist. De datering ligt tussen 1750 en 1760, daarna verschijnen andere motieven op de snuifdoos en bovendien verandert ook de doosvorm geleidelijk.

Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.870

Terugblik op de Niemeyer collectie
Ruim zeventig jaar liggen er tussen het begin van de tabaksverzameling door Georg Brongers en de sluiting van het Niemeyer Tabaksmuseum in Groningen. Een periode waarin de geschiedenis van het verzamelen van pijpen en tabacologie besloten ligt en die gekenmerkt wordt door grote veranderingen.

Oorspronkelijk is de verzameling opgezet door een vrijetijdsverzamelaar die voor zijn genoegen objecten bijeen bracht. Als pionier in de tabak was Brongers in eerste instantie bibliofiel, maar kocht uit interesse ook voorwerpen rond het tabaksgebruik in Nederland. Toen Niemeyer die verzameling in de jaren zestig overnam, met Brongers als beheerder, verschoof de belangstelling van historische getuigenissen naar bijzondere de objecten met een hoge presentatiewaarde. Het materiaal diende niet langer ter illustratie van de geschiedenis van het tabaksgebruik maar ter promotie van de Niemeyer producten.

Museale functies als onderzoek en encyclopedisch verzamelen waren niet aan de orde. Wel schreef Brongers talloze artikelen over de geschiedenis van het tabaksgebruik in Nederland en verschenen van zijn hand twee belangrijke boeken. Met zijn standaardwerk Nicotiana Tabacum en het latere, meer populaire Van Gouwenaar tot bruyèrepijp heeft hij de kennis over het tabaksgebruik een buitengewoon belangrijke stimulans gegeven. Daarnaast organiseerde het bedrijfsmuseum tentoonstellingen in musea en bij beurzen en evenementen en ook daarmee werd de interesse in de cultuur van het roken uitgedragen. Uiteindelijk werd de sfeer rond het roken grimmiger en sliep het museum in totdat tot sluiting besloten werd.

De selectie die het Pijpenkabinet uit de Niemeyer collectie heeft gemaakt, zorgt ervoor dat de kerncollectie voor het nageslacht in een vaste samenhang bewaard blijft. De bulk van bijna 2000 voorwerpen wordt in twee veilingen afgestoten. De eerste vind plaats in juni bij Christie's Amsterdam, de tweede later dit jaar bij Van Spengen in Hilversum. De handel en particulieren zullen het materiaal verder verspreiden waardoor de pedigree Niemeyer gaandeweg zal verdwijnen. Daarmee gaat de laatste Nederlandse bedrijfscollectie van tabacologische voorwerpen in rook op.

Expo van de Niemeyer aanwinsten in eigen huis
Graag willen wij iets van de Niemeyer aanwinsten aan onze bezoekers laten zien. Daarom hebben wij uit de aankopen vier thema's gekozen die steeds zes weken in een speciale aanwinstenvitrine een selectie laten zien. In het volgende lijstje zijn per verzamelgebied de mooiste voorwerpen geroosterd.

15 juni - 31 juli 2011 De pijp op reis
versierde pijpenkassen uit de Niemeyer collectie

1 augustus - 14 september Roken bij de Amerikaanse Indianen
voorhistorische pijpen uit de Niemeyer collectie

15 september - 31 oktober Curieuze tabaksdozen uit twee eeuwen
bijzondere dozen uit de Niemeyer collectie

1 november - 15 december De edele mode van het snuiven
objecten rondom snuiftabak uit de Niemeyer collectie

Aanbieding
Aansluitend op het thema Niemeyer hier als aanbieding één van de standaardwerken van Georg A. Brongers met als titel Van Gouwenaar tot bruyèrepijp. Het gaat om een aantrekkelijk boek met vierkant formaat in full colour met een keur aan pijpen en tabacologische objecten die de geschiedenis van het tabaksgebruik in Nederland illustreren. Nadat Brongers in 1964 zijn standaardwerk Nicotiana Tabacum over de Nederlandse tabakscultuur uitbracht volgde dit werk in 1978 ter gelegenheid van de heropening van het museum in Groningen. Uiteraard zijn de boeken ondanks hun leeftijd nieuw en volledig ongeschonden van staat.

Na overmaking van € 20,- wordt het boek u toegezonden, bij bezoek aan het museum slechts € 15,-. Dan kunt u meteen een keuze uit onze aanwinsten bewonderen! De aanbieding geldig t/m 1 augustus 2011.

Na Via de email info@pijpenkabinet.nl is een andere bestel mogelijkheid. Na betaling wordt het boek u toegezonden, maar uiteraard mist u dan wel de rondgang door ons bijzondere museum.

Einde vijftiende Nieuwsbrief
Dank voor uw belangstelling en graag tot een volgende keer. Wilt u reageren op de inhoud van deze nieuwsbrief, klik dan op deze mail-link naar mailto:info@pijpenkabinet.nl . Ik zie uw commentaar en vragen graag tegemoet.

Benedict Goes
PR en Publiekszaken Pijpenkabinet

Contact informatie

Pijpenkabinet museum & Smokiana pipeshop
Prinsengracht 488, 1017 KH Amsterdam
telefoon: (020) 42 11 779
openingstijden: woensdag t/m zaterdag 12-18 uur
e-mail: mailto:info@pijpenkabinet.nl
www.pijpenkabinet.nl
www.pipemuseum.nl

© copyright Pijpenkabinet, Amsterdam, 2011

sluit dit venster

Het statige pand aan de Amstel 57 waarin tot 1975 het Niemeyer museum gevestigd was
Bovenlicht met een tabaks Indiaan met een karot voor de voeten aan de Amstel in Amsterdam
Vitrine gewijd aan de tabak en de ontdekking van Amerika in het voormalige tabaksmuseum in Amsterdam
De keuken in het voormalige Niemeyer museum in Amsterdam
Het gotische huis waarin het Niemeyer museum tot 2011 gevestigd was
Zaal in het Groningse tabaksmuseum gewijd aan het pijproken en de snuiftabak
Benedenverdieping in het Groninger tabaksmuseum met antieke tabakswinkel en uithangtekens.
Zittende rokende medicijnman uit Costa Rica, rond het jaar 1000
Handgeboetseerde acrobaat als tabakspijp, het been is de pijpensteel, Mexico, Totonaken, 300-900
Buisvormige Indianenpijp met twee ketels en dubbele ring als scheiding, Alabama, 1400-1700
Grote elleboogpijp van jasperconglomeraat van een Indianen stamhoofd uit Georgia, 1000-1500
Gezelschapspijp van groot formaat geheel bedekt met stempeltjes, 1640-1645.
Grote zeskante cafépijp met geometrische decoratie, Höhr, Westerwald, 1880-1890
Porseleinen pijp met zilvermontage, voorstellend een Egyptische personage, 1830-1840
Groot formaat tabakspijp handbeschilderd met verschillende rangen en standen rokers, Duitsland, c. 1800
Prachtige gesneden meerschuimen pijp met de liggende godin Diana, Budapest, 1810-1820
Grote zogenaamde eierkop van twintig centimeter met Indianen die op bisons jagen, c. 1892
Pijpenkas met het ketelgedeelte versierd met twee portretten, het steeleind met bladmotieven, 1720-1740
Rijk gesneden Zeeuwse pijpenkas met wapen van de provincie en landbouwscène, c. 1850
Vroeg messing tabaksdoosje ingelegd met vier kleuren email, Nederland, c. 1620
Zaktabaksdoos met vier schuifjes waarachter erotische voorstellingen, Nederland, 1730-1750
Gesneden houten snuifrasp met familiewapen en florale decoratie, Nancy, 1720-1750
Fraai beschilderde porseleinen snuiftabaksdoos met amoureuze voorstelling, Duitsland, 1750-1765
De boekpublicatie van Georg Brongers over de cultuurgeschiedenis van de pijp en het roken