artikel

Pijpen uit een stortlaag van 't Slot te Gameren

Don Duco

Over het roken op buitenplaatsen en boerenhofsteden is beduidend minder bekend dan over het tabaksgebruik in de steden. Stadskernonderzoek heeft het de afgelopen decennia mogelijk gemaakt de rookgewoonte in de verschillende stedelijke milieus in kaart te brengen. Daarbij is gebleken dat bewustzijn van stand, belangstelling voor mode en financiële mogelijkheden de keuze van de pijp en de omloopsnelheid ervan bepalen.

Op het platteland is het stedelijke gedragspatroon slechts beperkt aanwezig. Hierdoor sluit de keuze van de tabakspijp minder aan bij de persoonlijkheid van de roker. Bovendien is de smaak voor het rookgerei minder expliciet geweest omdat de keuze geringer was. Van deze kenmerken getuigen ook de vondsten van de opgraving bij ’t Slot in Gameren nabij Zaltbommel. Een puinlaag onder een stortkoker in de gracht leverde 24 pijpenkoppen en tien stelen op (afb. 1). Het materiaal laat zich in twee groepen verdelen. Kwalitatief goede kleipijpen van Goudse makelij met een tijdspanne tussen 1730 en 1780, naast lokaal geproduceerde pijpen van gemiddeld iets later datum.

De kwaliteitswaar is van het bekende basistype 3 (noot 1), met als kenmerk een ovale ketel en relatief slanke hiel voorzien van een makersmerk. Deze soort werd indertijd aangeduid met maatpijp en heeft als voornaamste kenmerk een lange rechte steel van 21 duim ofwel ruim vijftig centimeter. De koppen van deze pijpen zijn altijd gepolijst. Dit product werd in Gouda ontwikkeld in de jaren voor 1740. Het vroegste gevonden exemplaar van dit type draagt het hielmerk drie kronen en is nog enigszins onstabiel van vorm. De datering ligt rond 1735. De andere producten vertonen een volwassen ovaalvorm en zijn voorzien van de merken kandelaar (4 stuks), 46 gekroond, 53 gekroond (afb. 2) en 71 gekroond (2 stuks). Hun datering ligt ruim een generatie later. Het voorkomen van meerdere exemplaren met hetzelfde merk veronderstelt reguliere aanvoer, doch gezien de afwijkende vormkenmerken gaat het wel om verschillende zendingen. Het bevestigt de aanvoer van pijpen bij kleine aantallen of zelfs per stuk.

Nader beschouwd gaat het bij het Goudse materiaal om pijpen uit middelgrote werkplaatsen. In afwerking balanceren deze tussen fijn en porceleijn, de laatste indertijd de duurste soort. Ruim de helft is van de fijne kwaliteit, de andere neigen naar de porceleijne categorie doch slechts één exemplaar heeft daarvan alle kenmerken. Daarmee is duidelijk dat naar deze locatie niet de beste waar is aangevoerd. Om die reden ontbreken ook de meest gerenommeerde merken, zoals WS gekroond, B gekroond, S gekroond, molen en slang die op andere locaties wel frequent voorkomen.

Onder de vondsten is één exemplaar herkenbaar als een imitatie Goudse pijp die moet stammen uit een andere productieplaats. Deze pijpenkop is mogelijk zelfs van later datum aangezien het merk 46 gekroond pas in het laatst van de achttiende eeuw subject van imitatie werd. De bijzonder lange looptijd van het ovale ketelmodel maakt een scherpe datering niet mogelijk.

Naast lange pijpen zijn korter gesteelde producten in gebruik geweest. Het gaat overwegend (70%) om zogenaamde zijmerk pijpen ook wel bekend als boerenpijpen, een naam die refereert aan de afnemers: de boerenstand. Het is een kwaliteitscategorie die in stedelijke gebieden schaars wordt gevonden omdat de pijpen te laagwaardig van kwaliteit waren. Dergelijke producten hebben een licht gebolde weinig stabiele ketelvorm en zijn voorzien van een reliëfmerk op de linker ketelzijde. Tot de algemene uitbeeldingen behoren de vis met drie golven of de letter N gekroond. Het is nog steeds onduidelijk of er een diepere betekenis aan deze motieven ten grondslag lag, die reden was van hun grote populariteit. Een tweede kenmerk van de boerenpijp is dat deze overwegend regionaal wordt gemaakt en slechts zeer beperkt in Gouda.

Ter individualisering zijn de algemene ketelmerken als de vis, letter N en andere aangevuld met de initialen van de pijpenmaker. De letters IOH staan bijvoorbeeld voor Jan Ophuijzen uit Gorinchem (werkzaam van <1760-1790>), de letters HDH voor Huijbert de Hoog uit Schoonhoven (werkzaam <1773-1793>) (afb. 3). In een zeldzaam geval is een bestaand merk inclusief de initialen opnieuw geïndividualiseerd door een tweede lettercombinatie. Voorbeeld daarvan is de pijp met de letters HVDO, oorspronkelijk bedacht door Hendrik van den Oever uit Schoonhoven (werkzaam <1787-1798>). Aan dit merk zijn de initialen van de maker Jan van Wouw (werkzaam <1774-1793) uit Gorinchem toegevoegd (afb. 4). Vermoedelijk beoogde Van Wouw van de renommee van Van den Oever te profiteren door een bestaand geïndividualiseerd merk aan te nemen en dat uit te breiden met zijn eigen initialen. De gildenadministrateur in Gorinchem heeft dit kunnen toestaan aangezien het merk HVDO binnen de stadsgrenzen niet op naam van een andere maker was ingeschreven. Buiten de stadsgrenzen waren de pijpenmerken onbeschermd, aangezien de gilden slechts een stedelijke reikwijdte hadden.

Onverwacht bij de vondsten van ‘t Slot is de verhouding tussen de Goudse kwaliteitspijpen en het lokaal gemaakte boerenspul. Van beide zijn 9 exemplaren aangetroffen. De combinatie lange kwaliteitspijp en grove kortgesteelde pijp is niet goed te plaatsen. Uiteindelijk doet het milieu van de vindplaats een zekere stand vermoeden; bij de helft van het materiaal gaat het echter om goedkope pijpen voor de landbouwers of boeren. Aangezien de zijmerkpijpen van wat later datum zijn veronderstellen zij een afglijden van het milieu. Anderszins is het even goed mogelijk dat het materiaal zowel van bewoners als van en bedienend personeel afkomstig is. Vanwege het geringe aantal exemplaren en de volledige onduidelijkheid wie de pijpen hebben gerookt, is speculatie over de gebruikers verder niet verantwoord.

Van belang is nog wel de vondst van een pijpenkop met slanke bekervorm afkomstig uit een Duitse werkplaats. Het gaat om een fraai afgewerkt product met een hielloze ketel voorzien van een decoratie van enkele smalle knorren geflankeerd door gladde lijnen (afb. 5). Dergelijke producten waren indertijd niet regulier in de handel. Zij werden doorgaans vanuit de mars van een rondtrekkende verkoper verspreid en vooral op het platteland als curiosum aangeboden. Door moeder de vrouw aangeschaft waren zij een geschenk om een geliefde roker te verrassen. Het zijn de producten waarvan de vondstfrequentie toeneemt naarmate de vindplaats dichter bij de productieplaats, lees Duitse grens, ligt.

Tot besluit nog iets over de gebruiksintensiteit van de gevonden pijpen. Nagenoeg al het materiaal vertoont minimale gebruikssporen, terwijl slechts één pijpenkop wat intensiever is gerookt. Dat wijst er op dat het roken op die locatie niet echt populair is geweest. In zo’n geval is er eerder sprake van de vondst van pijpen van gasten wat betreft de betere exemplaren en producten van bezoekers of leveranciers aangaande de boerenpijpen. Van een overtrokken zuinigheidpatroon met zwaar doorrookte pijpen is in Gameren dus geen sprake.

De keuze van de pijpen en het gebruikspatroon zijn vergelijkbaar met vondsten van een kasteellocatie in bijvoorbeeld Vleuten (noot 2). Ook daar hebben we een tweestroom in kwaliteit gesignaleerd met een niet te overbruggen verschil tussen grove en fijne pijpen. In Vleuten is deze samenhang afgedaan met het standsverschil tussen personeel en eigenaar. De vondsten uit Vleuten lieten ook zien dat er van werkelijke luxe geen sprake was, hetgeen vermoedelijk eerder terugvoert op de beperking in aanvoer dan op de mogelijkheden van de portemonnee.

Als laatste dient nog vermeld te worden dat het mogelijk blijft dat er op ’t Slot in Gameren pijpen van alternatieve materialen zijn gerookt: vroege houten pijpen of producten van porselein of meerschuim. Dergelijke materialen passen beter in de sfeer van een buitenplaats. Tabakspijpen van andere grondstoffen hebben een beduidend langere levensduur en worden ook meestal met meer zorg omringd. Mede om die reden komen deze producten slechts zelden als bodemvondst voor. Al met al moeten we concluderen dat pijpvondsten als aanwijzing voor een datering redelijk bruikbaar zijn maar dat het vaststellen van smaak en mode in relatie tot de gebruiker vaak grote hindernissen oplevert.

© D.H. Duco, Stichting Pijpenkabinet, Amsterdam, 2007

Afbeeldingen

1. De pijpfragmenten uit de stortlaag van 't Slot te Gameren, Zaltbommel.

2. Ovale pijpenkop, basismodel 3 voorzien van het gestempelde hielmerk 53 gekroond. Gouda, Pieter van der Want Dzn. (werkzaam 1749-1774), datering 1755-1770.

3. Boerenpijp met in reliëf op de ketel het merkteken vis gekroond boven golven en voorzien van de initialen HDH. Schoonhoven (werkzaam <1773-1793>), datering 1775-1790.

4. Vergelijkbare boerenpijp met in reliëf het merkteken vis gekroond boven golven en voorzien van de initialen HVDO en de toegevoegde initialen IVW. Gorinchem, Jan van Wouw (werkzaam <1775-1790>), datering 1775-1790.

5. Fijne kwaliteit pijp ook wel aangeduid met etuipijp, voorzien van een knorrendecoratie aan de ketelbasis. Duitsland, Westerwald, datering 1760-1800.

Noten

1. D.H. Duco, De Nederlandse kleipijp, handboek voor dateren en determineren, Leiden, 1987, p 27.

2. Don Duco, De kleipijpen van Huis te Vleuten, Amersfoort, 2005.

1. De pijpvondst van 't Slot te Gameren, Zaltbommel.
2. Ovale pijpenkop, basismodel 3 voorzien van het gestempelde hielmerk 53 gekroond. Gouda, Pieter van der Want Dzn. (werkzaam 1749-1774), datering 1755-1770.
3. Boerenpijp met in reliëf het merkteken vis gekroond boven golven en voorzien van de initialen HDH. Schoonhoven, Huibert de Hoog, (werkzaam <1773-1793>), datering 1775-1790.
4. Boerenpijp met in reliëf het merkteken vis gekroond boven golven en voorzien van de initialen HVDO en de toegevoegde initialen IVW. Gorinchem, Jan van Wouw (werkzaam (1775-1790>), datering 1775-1790.
5. Fijne kwaliteit pijp ook wel aangeduid met etuipijp, voorzien van een knorrendecoratie aan de ketelbasis. Duitsland, Westerwald, datering 1760-1800.
5. Fijne kwaliteit pijp ook wel aangeduid met etuipijp, voorzien van een knorrendecoratie aan de ketelbasis. Duitsland, Westerwald, datering 1760-1800.

< back
<< home

Pijpenkabinet - nationaal museum met de internationale collectie
© copyright Pijpenkabinet, Amsterdam

klik hier voor
adres