The crowned L,
a famous trade mark from Gouda, Holland
Original title: De L gekroond, een vermaard Gouds handelsmerk
By Don Duco
Abstract: This article describes in detail the history of one of the many famous Gouda pipemakers' marks. For the full text (in Dutch) please visit our website in Dutch language. Here we list the summary and postscript in Dutch as well as the captions of the illustrations in English.
Sorry, we do not have an English text of this article available. See for the full text the Dutch version of our website.
Summary and postscript
Uit het bovenstaande verhaal blijkt dat we in de levensloop van het merk L gekroond een aantal fasen kunnen onderscheiden. Als zoveel handelsmerken is dit pijpenmerk na inschrijving enige jaren zonder succes gebruikt. De eerste inschrijving is zelfs zo onbelangrijk geweest, dat hiervan geen optekening bewaard is gebleven. Vervolgens is het merk meer dan veertig jaar vacant geweest en vond er pas in 1726 een nieuwe aangifte plaats. Deze pijpenmaker weet echter geen standvastig bedrijf op te bouwen en krijgt nauwelijks klandizie. Na vier jaar doet hij het merk van de hand en gaat weer in loondienst werken. Hij is daarmee het voorbeeld van de talloze gelukzoekers die een eigen bedrijf opzetten, doch dit niet weten te continueren.
De volgende eigenaar, Cornelis de Licht genaamd, heeft een heel ander uitgangspunt. Hij wil zich als koopman vestigen en zoekt een merk met de mogelijkheid van uitbesteding. Aangezien het merk L gekroond reeds voor het vernieuwde gildenreglement van 1686 bestond, rustte er op dit merk het privilege van productie door buitenbazen. Dat maakte het merk L gekroond geschikt voor leveringen bij grote en extreem grote aantallen. De nieuwe eigenaar heeft het klaargespeeld om zeer substantiële orders te verkrijgen. Het is overigens onduidelijk of dit is gebeurd doordat een koopman van elders de vraag heeft gecreëerd of dat dit onder het patronaat van een reeds gevestigde pijpenfabrikant is geschied, in dit geval zou dat Frans Verzijl zijn geweest. De persoonlijke relaties tussen Verzijl en De Licht wijzen op het laatste.
De pijpenkoopman bekleedt in de Goudse pijpennijverheid een specifieke positie. Hij richt zich niet primair op de productie van pijpen maar houdt zich hoofdzakelijk bezig met het bekendmaken van het merk en het binnenhalen van grote orders. Vaak geschiedt zijn promotie niet zozeer vanuit het renommee van het merk, als wel vanuit de vraag die in de nationale of internationale handel bestaat. Voorwaarde hiervoor is een absolute accuratesse om snel grote orders uit te kunnen voeren en juist voor dat gegeven is merkuitbesteding noodzakelijk. Het denken vanuit een grossiersmentaliteit prevaleert hier dus boven een kwaliteitsstreven. De uitbesteding van orders aan verschillende zogenaamde buitenbazen garandeert snelle levering en geeft als bijkomend voordeel vaak een scherpe productprijs. Kleine pijpenmakersbazen die om werk verlegen zitten, schrijven zich namelijk tegen lage prijzen in om werk en dus inkomsten te behouden. Het mag duidelijk zijn dat in die situatie de kleine zelfstandige pijpenmaker in grote mate afhankelijk wordt van de koopman.
Het bedrijf van de koopman-fabrikant is nog veelzijdiger: hij produceert zelf in zijn eigen pijpenmakerij maar vervult tevens de rol van koopman met het recht van merkuitbesteding. Wanneer orders niet voordelig in eigen bedrijf kunnen worden gemaakt, vindt uitbesteding plaats. In de praktijk komt het er op neer dat de beste soorten pijpen in de eigen werkplaats worden gemaakt, terwijl de onderkwaliteiten onder patronaat van buitenbazen tot stand komen. In hun eigen bedrijf vinden we de hoogst gekwalificeerde werklieden. Frans Verzijl was zowel koopman als fabrikant, de positie van De Licht als koopman is wat onduidelijk. Hij kan de rol van koopman hebben vervuld, maar kan ook stroman voor Verzijl zijn geweest.
Bij de exploitatie van het merk dient de koopman-fabrikant zich steeds te richten naar de bepalingen van het gildenreglement. Tot 1778 mogen gildenbroeders slechts één merk bezitten. Wel is het toegestaan een meesterknecht op een merk te laten werken, mits deze overeenkomst reeds voor het jaar 1751 is gesloten. Dit is bij Frans Verzijl het geval geweest. Wanneer in 1751 de eigendomsrechten van de merken beter worden geregeld, kan Verzijl het administratief eigendom van het merk L gekroond als tweede merk op zijn eigen naam overzetten. Verzijl doet dat in 1753.
Pas vanaf 1778, wanneer een kentering in de pijpennijverheid doorzet, genieten de gildenbroeders grotere vrijheid en zijn zij gepermitteerd in hetzelfde bedrijf twee merken te zetten. Hierdoor kan men twee kwaliteiten pijpen afzonderlijk markten. Het merk L gekroond blijft ook in die periode gebonden aan de tweede kwaliteit pijpen. Voor de beste soort gebruikt men het merk leeuw in de Hollandse tuin.
In de periode 1740 tot 1780 is het merkteken sterk aan een bepaalde soort pijpen gebonden. Het merk L gekroond wordt gebruikt voor het totale assortiment van Verzijl, maar de kwaliteit van het product ligt een klasse lager dan bij de pijpen gemerkt met het hoofdmerk leeuw in de Hollandse tuin. Naast vormsoorten voor de Nederlandse markt, zijn talloze exportmodellen in productie. Vooral van het ondermerk L gekroond is op de stort van het bedrijf een uiteenlopende reeks pijpen teruggevonden.
Na 1780 loopt de afzet van pijpen sterk terug, terwijl gelijktijdig een zichtbaar verval in de kwaliteit van het product optreedt. Onder druk van de teruglopende economie vermindert de afwerking van de kleipijp al blijft het algemene kwaliteitsverschil tussen de twee merken zichtbaar.
In de dynastie van de familie Verzijl zien we een historisch patroon, waarbij het succes van het bedrijf bijna gekoppeld lijkt te zijn aan de algemene situatie in de Goudse pijpennijverheid. Frans Verzijl vestigt het bedrijf reeds in 1724 en tot 1760 blijkt zijn zaak buitengewoon te renderen. Hij bezit vier panden naast elkaar en kan vrijwel ongelimiteerd leveren, mede dankzij de talloze buitenbazen die voor hem werken. Wanneer de welstand in de Goudse pijpennijverheid na 1755 terugloopt, zien we dat de orderportefeuille krimpt waardoor de financiële positie bij Verzijl vermindert. Zijn zoon Cornelis zet het vaderlijke bedrijf vanaf 1786 voort, maar door de sterk verminderde economische toestand kan hij niet zo succesvol zijn. Uiteindelijk wordt zijn jongere zuster Maria Verzijl eigenaresse, zij beheert het bedrijf van 1806 tot 1820. Hoewel de werkplaats nog aanzienlijk van omvang is, blijkt continuering eerder mogelijk dankzij het oude renommee dan vanwege nieuwe afzet. De klandizie dunt geleidelijk uit en wanneer Maria Verzijl sterft betekent dat het einde van een dynastie. Een geschil over de erfenis leidt tot totale liquidatie van het bedrijf.
Uit de geschiedenis van het Goudse pijpenmerk blijkt duidelijk dat merken met privileges in de kring van de eigen familie worden geëxploiteerd, hetgeen het gildenreglement door bepalingen van ruil, verhuur of overerving mogelijk maakt. Is er geen opvolging dan volgt overdracht door verkoop zodat het vermogensrecht van het merk behouden blijft en in een andere familie wordt voortgezet. Dat is bij het sterven van Maria Verzijl het geval.
Een dergelijke wijziging wordt meestal gemarkeerd door een onderhandse verkoop of openbare veiling. De aankoop van de beide merken uit het Huis Verzijl door Pieter Stomman zal voor deze traditiegebonden fabrikant een grote triomf zijn geweest. De merken van het oudtijds zo belangrijke handelshuis komen nu onder zijn hoede. Stomman wordt daardoor de intermediair tussen het geslacht Verzijl en zijn eigen nazaten.
De handelswaarde van het merk L gekroond verandert drastisch wanneer de lange pijp uit de gratie raakt en dat gebeurt in de eerste helft van de negentiende eeuw. Gelukkig vragen veel exportgebieden in dat dezelfde periode meer naar kortere pijpen en signaleren we de belangstelling voor de L gekroond op een korter gesteeld product. In die overgangsfase wordt het merk L gekroond gezet bij incidentele orders: nu weer lange dan weer korte pijpen, afwisselend beter en minder van kwaliteit. De productie op het merk continueert daarmee, alleen de belangstelling van de consument verandert.
Voor de fabrikant geeft een grotere kwaliteitsvariatie echter problemen. Zijn personeel is supergespecialiseerd en aangenomen voor korte of lange soorten, voor fijne of grovere kwaliteiten en bij de meeste bedrijven richt men zich op één of enkele soorten die in elkaars verlengde liggen. Om nu bij veranderde vraag toch te kunnen leveren, wordt niet van personeel veranderd, maar wordt het merkteken met een familielid geruild of in familiekringen een associatie aangegaan waardoor het merk op een andere plaats kan worden gezet. Door deze veelal administratieve actie kunnen de pijpen worden gemaakt op de plaats waar het personeel het meest geschikt is. De eindeloze ruilingen van merken binnen de familie Stomman en Van der Want die we tussen 1820 en 1850 zien, moeten we in dit licht zien. Uiteraard hield de oude Stomman als pater familias én gildenbestuurslid daarop toezicht. In andere families nam men de administratieve romslomp niet zo nauw. De ruilingen vinden dus in feite hun oorzaak in de starheid van het gildenreglement, dat bepaalt dat het merk op naam van de desbetreffende fabrikant staat en in diens bedrijf moet worden gezet.
Vanaf 1858 staat het merk L gekroond op naam van G.C. van der Want, die met zijn broer J.M. van der Want is geassocieerd. Tot meerdere eer en glorie van hun vader dopen zij hun fabrieksnaam om tot Firma P. van der Want Gzn. Dankzij een nieuw verenigingsverband voor de pijpenmakers in Gouda dat in 1855 tot stand komt, maakt een reglementsverandering het mogelijk om het merk L gekroond samen met de andere merken uit de familie samen te brengen in hetzelfde fabrieksbedrijf èn onder hetzelfde dak.
In de jaren 1860 breekt de laatste fase van het merk L gekroond aan. Het belang van de pijpenmakersmerken in het algemeen is dan sterk verminderd. Het model van de pijp gaat de marktpositie bepalen. Traditiegetrouw handhaaft de pijpenmaker het pijpenmerk op zijn minder modieuze producten, doch dat productsegment neemt geleidelijk verder af. Het merk L gekroond wordt opnieuw een handelsteken voor de b-kwaliteit van de traditionele producten zoals zij in de achttiende eeuw is geweest. Wie niet de hoofdprijs wil betalen voor het beste merk - nu de WS gekroond - moet zich met een mindere kwaliteit tevreden stellen, voorzien van een lager aangeschreven merkteken. De fabrikant voert dus een bewuste prijspolitiek om zijn beste merk alleen aan zijn best betalende klanten te gunnen, maar biedt een redelijk alternatief om ook met andere gegadigden zaken te kunnen doen. De tweede kwaliteit pijpen biedt zeker geen geringer rookcomfort, doch is alleen minder goed afgewerkt. Opnieuw gaat het om een bewuste merkenpolitiek van de fabrikant om het merk met een geringer maatschappelijk aanzien een lagere prijsstelling te geven.
Economisch gezien is het tweede merk altijd van minder belang. Op het b-merk wordt door minder bekwaam personeel geproduceerd en de prijsstelling ligt lager zodat een kleinere winstmarge wordt verkregen. Aangezien het merk WS gekroond een groot aanzien genoot, beleefde dit tot in de twintigste eeuw voldoende vraag. Hierdoor is het dus niet verwonderlijk dat het merk L gekroond als tweede merk nooit tot volle wasdom heeft kunnen komen. Het gebruik van een ondermerk diende uiteindelijk primair als waarborg voor de kwaliteit van het hoofdmerk.
Voor het merk L gekroond is de rol rond 1900 uitgespeeld. De kwaliteit van de pijp is nog verder gezakt, zodat er voor een ondermerk nauwelijks nog bestaansrecht is. Voor enkele Goudse hoofdmerken loopt het belang nog tot 1940 of zelfs langer door; de ondermerken zijn na de Eerste Wereldoorlog in de vergetelheid geraakt. De op de hiel gemerkte kleipijp raakt na 1920 uit de gratie, het is een ouderwets artikel geworden voor een vergrijzende kring rokers. De moderne houten pijp en het alternatief doorroker hebben de traditionele kleipijp tot een verarmingsartikel gemaakt.
Een historie als deze over een pijpenmakersmerk zou over talloze merken geschreven kunnen worden. Opmerkelijk aan het merk L gekroond is wel dat het alle verschillende vormen van handel en wandel heeft gekend en bovendien doorlopend in de geschiedenis is te volgen. Het merk kende tijden van armoede en rijkdom, episoden van felle begeerte en naijver om tenslotte als alle merken te vervallen tot een onbeduidend teken, waaraan we nog amper de oorspronkelijke glorie kunnen aflezen.
|
L crowned
|
1726 |
- |
1925 |
|
| Cornelis Luijnenburg |
1726 |
-
|
1730 |
|
| Cornelis de Licht |
1730 |
-
|
1745 |
|
| Jacob de Licht |
1745 |
-
|
1753 |
|
| Frans Verzijl, as owner but in name of Jacob de Licht |
1753 |
-
|
1774 |
|
| Barend Verzijl |
1774 |
-
|
1781 |
|
| Frans Verzijl and Cornelis Verzijl, hired from Barend Verzijl |
1774 |
-
|
1781 |
|
| Cornelis Verzijl, as owner from the late Barend Verzijl |
1781 |
- |
1806 |
|
| Maria Verzijl, Firm Frans Verzijl & Sons |
1806 |
- |
1819 |
|
| Erven Firma Frans Verzijl & Sons |
1819 |
- |
1821 |
|
| Geertruij Stomman |
1821 |
- |
1832 |
|
| Pieter Stomman, in loan from Geertruij Stomman |
1821 |
- |
1832 |
|
| Pieter van der Want Gzn. |
1832 |
- |
1858 |
|
| Gerrit Cornelis and Johannes Marinus van der Want Pzn., |
|
|
|
|
| Firm Brothers Van der Want |
1858 |
- |
1874 |
|
| Gerrit Cornelis van der Want Pzn., Firm P. van der Want Gzn. |
1874 |
- |
1898 |
|
| Firma P. van der Want Gzn. |
1898 |
- |
1925 |
|

© Don Duco, Pijpenkabinet Foundation, Amsterdam - the Netherlands, 2004.
Illustrations
1. Oldest illustration of the mark L under crown on the tablet of the Gouda pipemakers' guild. Oil paint on panel, Gouda, 1695-1715.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 17.424
2. The master proof of the pipemaker Cornelis Lunenburg in 1726 as written down in the Gouda guild register.
Gouda, Streekarchief Hollands Midden, SAHM, PA 64, fol 6, 19-03-1726.
3. Mark advertisement from Cornelis de Licht, the pipemakers' mark decorated with an heraldic framing. 1735-1745.
From: Duco, 2003, p 88, label no. 2.
4. Mark advertisement from Frans Verzijl before the privilege of the arms of Gouda were given to the pipe makers. Copper engraving by Dillis van Oye on request of Frans Verzijl, Gouda, 1735-1740.
From: Duco, 2003, p 99, label no. 88.
5. The same mark advertisement now with the addition of the Gouda coat of arms and bunches of clay pipes. Gouda, 1740-1745.
From: Duco, 2003, p 99, label no. 89.
6. Mark advertisement with the lion in the Dutch garden (leeuw in de Hollandse tuin) with in the frame two standing heraldic lions, for reasons of export the texts are in German. Gouda, 1745-1750.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 8092
7. The standard bowl of the Gouda pipe (Duco shape 3) with oval shape, on the heel the makers' mark and on the side of the heel the Gouda coat of arms. Gouda, 1740-1760.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 2203d
8. Pipe bowl with curved outlines (Duco shape 4), heel mark L under crown, sides of the heel arms of the city of Gouda surmounted by the letter S, on the right side mouldmark raised dot. Gouda, 1740-1760.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 10.418
9. Pipe bowl with curved outlines meant for exportation with two makers' marks: L under crown on the heel and WM under crown on the stem side of the bowl. Gouda, 1757-1770.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk b.135
10. Pipe bowl with four sides dedicated to the peace of Aachen (left) and the same subject actualized with the text "Vrede in onse dagen" (peace in our days) (right). Gouda, Frans Verzijl and Firm Frans Verzijl & Sons, 1748-1760 and 1760-1780.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 10.423d
11. Pipe bowl with oval shape (Duco shape 3) decorated in relief with the arms of the king of Sweden. Gouda, Frans Verzijl, 1750-1760 and 1760-1785.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 7372ab
12. Pipe bowl with curved outlines and on the stem side the arms of the English royal family. Gouda, 1745-1750.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 17.300
13. Pipe bowl with curved outlines on both sides decorated with a standing Saint Anthony of Padua. Gouda, Frans Verzijl, 1750-1770.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 3693b
14. Cover and page from a manufacturers' catalogue showing a pipe with the inscription Verzil. Firm J. Gambier in Givet, France, 1868.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 10.077
15. Printing block of Geertruy Stomman with in the centre the mark L under crown, the inscription round the mark is changed from Verzijl into her name.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 9714
16. Two mark stamps to mark the heel of the pipes. Gouda, Firm P. Van der Want Gzn.,1850-1880.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 0.8116bc
17. Pipe bowl with a bulbous outline, called tonnekop (barrel shape). Gouda, Firm P. van der Want Gzn., 1860-1890.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 2203ef
18. Pipe bowl with a bowl cut half way and replaced with 180 degrees, mark on the heel L under crown. Gouda, 1870-1890.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 2744
19. Two pipe bowls with so-called Irish shape with on the side of the stem the mark L under crown. England or Ireland, 1860-1890.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 13.925ab
20. Tobacco pipe with on the heel mark L under crown, painted in Makkum, Frisia with a blue and white tin glaze decoration. Gouda/Makkum, 1880-1910.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 17.612
21. Cover of the catalogue from the Firm P. Van der Want Gzn. in the Kuipersteeg in Gouda with next to the factory buildings also the makers' marks. Gouda, Firm P. van der Want Gzn., 1905-1915.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 16.382a
22. Almost unused mark stamp with the mark L crowned. Gouda, Firm P. van der Want Gzn., 1870-1890.
Amsterdam, Pijpenkabinet collections Pk 8116a
|